|
Aanvullende informatie m.b.t. dit
leesdossier:
Aantal downloads : 3499
Aantal woorden: 2404
Ingezonden door: Joke Messiaen Uitgever: De Bezige Bij
Meer leesdossiers van Hugo Claus op StudentsOnly:
* De geruchten * De geruchten * De geruchten * De geruchten * De geruchten * De koele minnaar * De koele minnaar * De metsiers * De Metsiers * De verklaringen verklaard * De verwondering * De verwondering * De zwaardvis * De zwaardvis * De zwarte keizer * De zwarte keizer * Het jaar van de kreeft * Het jaar van de kreeft * Het laatste bed * Het verdriet van Belgie * Het verlangen * Het verlangen * Jessica! * Marsua * Omtrent Deedee * Onvoltooid verleden * Onvoltooid verleden * Schaamte * Suiker * Vrijdag
Bibliografie Amsterdam, De Bezige Bij. Eerste druk 1996
Samenvatting De auteur
Claus, Hugo Maurice Julien (Brugge 5 april 1929), Belgisch Nederlandstalig schrijver, schilder en film- en toneelregisseur, verbleef tussen 1948 en 1955 een tijd te Parijs en te Rome, was redacteur van Tijd en Mens, sloot zich in 1950 aan bij Cobra en wijdt zich geheel aan literatuur, schilderkunst en toneel. Sedert zijn bundel Registreren (1948) bezette hij een vooraanstaande plaats in de experimentele poëzie die ca. 1950 in Vlaanderen doorbrak en die in Claus’ rijpe bundel De Oostakkerse gedichten (1955) een van haar hoogtepunten bereikt. Claus bevindt zich in een situatie van ‘verloren geboren’ in een absurd bestaan en spreekt van daaruit, tussen droom en waken, in een op het surrealisme teruggaand woord- en beeldgebruik. Sinds Een geverfde ruiter (1961) komt de bezinning over het eigen ik duidelijker aan het licht en krijgen het Vlaams milieu en de hedendaagse maatschappij een scherpe, kritische aandacht, die spoedig een agressieve allure aanneemt. Meteen wijkt het experimentele poëziepatroon voor een belijdenispoëzie die de in het experiment verworven expressiemiddelen integreert; tegelijk wendt Claus naar het voorbeeld van Eliot en vooral van Ezra Pound mythen, symbolen, allusies en literaire citaten uit het internationale, bij voorkeur westerse, culturele patrimonium aan. Hoogtepunten zijn Het teken van de hamster (1963) en Heer Everzwijn (1970). De ongemene diversiteit, met haar heterogene thematiek en haast onbeperkte taalvirtuositeit, is kenmerkend voor zijn gehele oeuvre. Dit onderscheidt zich door een fel dynamisme, dat in het teken staat van de spanningen tussen een instinctief en rebels vitalisme en een door een grote belezenheid gevoed intellectualisme. Zijn romans en verhalen behoren deels tot het experimentele proza, zoals De hondsdagen (1952) en De verwondering (1962), deels tot het laat-naturalistische, zoals De Metsiers (1950) en Omtrent Deedee (1963; bewerking voor toneel: Interieur, 1971), maar ook tot het romaneske (Het jaar van de kreeft, 1972), waarbij dient opgemerkt dat de meeste teksten van Claus gelaagd zijn. Merkwaardig gecondenseerd is De verzoeking (1980), een geval van mysticistisch masochisme met een abrupt grotesk-triviaal einde. Het in den brede uitgewerkt succesboek Het verdriet van België (1983) is tegelijk een ‘Bildungsroman’, een wijd vertakte familieroman en een sociale roman op volkse toon over de bewogen jaren 1939–1947 in Vlaanderen. Een nog grotere verscheidenheid vertoont zijn toneelwerk, dat poëtisch en rijk aan nuances is in het opzienbarende stuk Een bruid in de morgen (1955), naturalistisch in Suiker (1958), burlesk of luchtig in Mama, kijk, zonder handen] (1959) en De dans van de reiger (1962), opnieuw naturalistisch in Vrijdag (1969) en Thuis (1975) en grotesk satirisch in Tand om tand (1970). Met zijn persoonlijke bewerkingen van Seneca's Thyestes (1966), Oedipus (1971) en Phaedra (1980) en van C. Tourneurs The Revenger's Tragedy (onder de titel Wrraaak!, 1968) droeg hij bij tot het ‘theater van de wreedheid’. Van zijn vertalingen en bewerkingen dienen voorts vermeld te worden Onder het melkwoud (1957), naar Under Milkwood door Dylan Thomas, van wie hij als dichter invloed onderging, De Spaanse hoer (1970) naar La Celestina door De Rojas, en De Vossejacht (1972) naar Volporie van Ben Jonson. De schier onoverzienbare productie van Claus, waar tevens film- en televisiescenario's, een stripverhaal, ridderverhalen en emblematateksten toe behoren, is het werk van een totaal vrijgevochten persoonlijkheid, die zich in steeds andere variaties creatief wil bevestigen. In die zin is hij een individualist van anarchistische signatuur. In 1986 werd hem de Grote Prijs der Nederlandse letteren toegekend. Als plastisch kunstenaar onderscheidt Claus zich door een spontane werkwijze, waarbij aan toevalligheden van het materiaal een grote rol wordt toebedeeld. Hij is thuis in alle stijlen en trends sinds Cobra en diept geen enkele uit, omdat hij weigert de man van één richting te zijn. WERK: (behalve de genoemde): Poëzie: Kleine reeks (1947); Zonder vorm van proces (1949); De blijde en onvoorziene week (geïll. d. K. Appel; 1951); Tancredo infrasonic (1952); Een huis dat tussen nacht en morgen staat (1953); Paal en perk (bij tekeningen van Corneille, 1955); Oog om oog (1964); Gedichten (1965); Relikwie (bij tekeningen van Paul Joostens, 1967); Genesis (1969); Van horen zeggen (1970); Dag jij (1971); Figuratief (1973); De wangebeden (1978; verzamelbundel); Gedichten 1969–1978 (1979); Zwart (1979; met ill. van K. Appel en P. Alechinsky); Van de koude grond (1979); Antiphon (1979; bij etsen van D. van Severen); Claustrum (1979); Fuga (1981); Jan de Lichte (1982); Almanak (1982; verzamelbundel); Alibi (1985); Sporen (1987). – Proza: Natuurgetrouw (1954, verm. dr. Natuurgetrouwer, 1969); De koele minnaar (1956); De zwarte keizer (1958); De vijanden (1967; cinéroman); De avonturen van Belgman I (1967; met tekeningen van HugoKÉ); Dorothea van Male, Schola nostra, uitgeg. naar de handschriften, toegelicht en ingeleid door H. Claus (1971); Schaamte (1972); Gebed om geweld (1972); In het wilde westen (De Groene Ridder I, 1973); De Groene Ridder en de paladijnen (De Groene Ridder II, 1973); Aan de evenaar (De Groene Ridder VII, 1973); Jessica (1977); De vluchtende Atalanta (1977); Het verlangen (1978); De mensen hiernaast (1985); Château Migraine (1987); Een zachte vernieling (1988); De zwaardvis (1989; novelle, boekenweekgeschenk); Belladonna (1994); De geruchten (1996). – Toneel: Het lied van de moordenaar (1957); De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Uilenspiegel en van Lamme Goedzak in Vlaanderen en elders (1965; naar Ch. de Coster); Het Goudland (1966); Acht toneelstukken (1966); Masscheroen (1968); Het leven en de werken van Leopold II (1970); Blauw blauw (1973, naar N. Coward); Pas de deux (1973); Jessica (1977); Het huis van Labdakos (1977); Een hooglied (1981); Het haar van de hond (1982); Lysistrata (1982; naar Aristophanes); Serenade (1984); Blindeman (1985); Oidipoes in Kolonos (1986; naar Sofokles); Gilles! (1988); Toneel III (1990; verz. toneelwerk); Richard Everzwijn (1991; naar Shakespeares Richard III); Onder de torens (1993); Visite/Winteravond (1996); De eieren van de kaaiman (1996); De verlossing (1996). – Libretti: Morituri (1968); Georg Faust (1985). – Essays: Corneille (1951); Karel Appel (1962); L.P. Boon (1964). – Films: Het mes (1960); De vijanden (1967); Mira of de teleurgang van de Waterhoek (1971; naar Streuvels); De leeuw van Vlaanderen (1984; naar Conscience); Het sacrament (1989). – Televisiereeks: P.P. Rubens, schilder en diplomaat (1977). – Schilder- en tekenwerk: Beelden (1988). De tekst
“De geruchten” 1996, eerste druk Amsterdam, de Bezige Bij Vijfenveertig korte hoofdstukken
De Lezer
1. Ontspannend lezen.
§ Spontane reacties
Mooie passage
§ De afrekening tussen René en zijn corrupte ‘De Kap’. René vecht het hele boek door voor zijn leven en hij verlangt als het ware naar een ontmoeting met de ‘big boss’ om de diamanten te verdelen. Dat moment had de deur moeten worden naar een nieuw leven en dat is het dan ook geworden, weliswaar op een andere manier. § De doofpot. Hoe kun je nu mooier de roddels, de geruchten weergeven dan als het ware een bandopnemer te plaatsen in het plaatselijk café.
Spannende passages
De voortdurende spanning zorgt voor een drang om het boek onmiddellijk uit te lezen. Je voelt het zwaard van Damocles boven Renés hoofd hangen. Je wacht voortdurend tot het touw breekt en toch hoop je dat het niet breekt zodat je iets meer over Renés verleden te weten komt.
De korte inhoud
Het verhaal gaat over de geheimzinnige, zwijgende René Catrijsse, zoon van Dolf en Alma Catrijsse. Zijn ouders zijn uitbaters van een drankwinkeltje in het dorpje Alegem. Onaangekondigd komt René na drie jaar als deserteurhuurling in Afrika (kolonistische oorlog) te hebben vertoefd naar zijn ouders terug. Hij praat niet , hij verbergt zich voor de gendarmes (hebben de opdracht om deserteurs op te sporen) en draagt duidelijk de last van onstellende ervaringen met zich mee. Hij is schichtig, niemand mag zijn rug aanraken, hij is “gebrandmerkt”. Ook na verscheidene toenaderingspogingen van zijn ouders en broer Noël laat René over zijn verleden niets los. Het dorp reageert verwijtend, beschuldigend zelfs vijandig op zijn terugkeer, zeker als er na korte tijd verdacht veel doden vallen. Doordat het aantal onverklaarbare en verdachte overlijdens blijft stijgen, beseffen de inwoners van het dorpt dat ze zullen moeten optreden. Hoewel hij als deserteur beter zou binnenblijven, sluipt René toch af en toe het huis uit naar de bossen waar hij zijn vriend Charlie liefheeft. Daar worden ook plannen gemaakt voor na de verdeling van een partij diamanten. Hoe langer René in het dorp verblijft, hoe meer doden er vallen. De Alegemse burgers die roddelen en kwaadspreken (= de geruchten, zoals: waarom laat René zich niet zien, wat voert hij ’s nachts allemaal uit…)beschouwen René als de schuldige voor al het onheil dat zich in Alegem voordoet. Mensen vallen plots omver, slaan blauw uit. Misschien heeft René een vreemde besmetting uit Afrika meegebracht, want alles wat hij aanraakt is besmeurd, besmet en kapot.
De personages
Dolf Catrijsse § Een brave man die heel graag zijn naam zou veranderen omdat het hem teveel doet denken aan Adolf Hitler. § Een piekerende vader
René Catrijsse § Deserteur § Hij is ongeneeslijk ziek. § Homo § Stilzwijgend karakter § Wordt in het boek vergeleken met Apollo. § Hij heeft een mysterieus verleden. § Hij kan niet tegen warmte, niet tegen die van de evenaar en niet die van de kachel.
Alma § De oermoeder § Ze heeft een minnaar (Hém) gehad. § Tijdens de oorlog verpleegster geweest bij de Dietse meisjes scharen. § Is heel bezorgd om haar zoon. § Ratelende moeder.
Noël Catrijsse § Een goed iemand. § Een beetje onnozel. § Hij mankeert iets want als hij klein was, zat hij bij zijn moeder op de fiets en zij keek om en deed een kwalijke val. § Wordt in het boek vergeleken met Dionysos. § Donkerkoperen, glanzend haar tot op de schouders.
Charlie § Deserteur § Homo-vriend van René
Meester Arseen § Heeft altijd een geleerde of pedante (eigenwijze of verwaande ) uitleg.
Hubert van Hoof § Verzekeringsagent § Hij is correspondent voor Het Belang van Waregem.
E.H. Lamantijn § Pastoor § Wijnliefhebber § Lamantijn = soort zeekoe
Fernand Bossuyt § Schoolknecht
Edmond Staelens § Facteur § Hij ‘foefelt’ graag aan jonge meisjes
Mariette § De vrouw van de postbode.
Wij (café de doofpot) § Te vergelijken met het koor in de Griekse tragedie, dat veel commentaar levert en vermoedens lanceert, maar zich belachelijk maakt door zijn inertie. § De wij , de volksmond, weet het onheil zonder aarzelen toe situeren en roept met weinig vertrouwen de verantwoordelijke gezagsdragers tot de ore, maar is zelf niet tot enig optreden in staat.
Besluit: De personages suggereren hun inhoud zelf door de manier waarop ze in het verhaal handelen. Maar het blijft op die manier bij suggesties, bij onwaarschijnlijkheden. Zo wordt elk karakter op zijn beurt zelf een gerucht. De personages blijven hun vreemdheid behouden.
Plaats Alegem, ergens tussen Waregem en Vijve-Sint-Elooi
Tijd Midden in de jaren ’60. Ten tijde van Kapitein Zeppos en Spaak als Minister van Binnenlandse Zaken.
Vertelperspectief Er is een voortdurend wisselend perspectief, een organische manier van vertellen. Claus laat ieder hoofdstuk vertellen vanuit het standpunt van telkens een ander personage.
2. Vergelijkend lezen
Associaties. § Met de actualiteit van vandaag: *Corruptie in gerechtelijke kringen,. *De betrokkenheid van hoog gesitueerden in onnoemelijke aktiviteiten *Onbruikbaar materiaal als ontwikkelingshulp geleverd *Jongeren die zich in een volle auto te pletter rijden § Met andere kultuuropvattingen § Met de Griekse oudheid en mytologie § Met de tekst van Will Tura ‘Ik ben zo eenzaam zonder jou § Met het Islamitisch hooglied ( Hoe kon de liefde zelf de dood worden door zich over te leveeren aan dit dierlijk spel?)’
Identificatie Doordat het verhaal zich afspeelt midden de jaren ’60 is er een moeilijke identificatie. Alhoewel dat roddels altijd kunnen beschouwd worden als identificatie, wie roddelt er nooit?
3. Interpreterend lezen
Taalgebruik
Een heel aparte taal, een onnavolgbaar Vlaams idioom dat Claus met uiterste finesse als medium weet te gebruiken om de geportretteerde Vlaamse mentaliteit voor zichzelf te laten spreken. In de prozaïsche Vlaamse simpelheid blijkt een groot humoristisch potentieel schuil te gaan. Stilistisch gezien gaat Claus van pure epiek over naar sneltreinvaart ( de korte fragmentjes over Afrika)
Thema
De geruchten. Wat is waar en wat is niet waar? Een vraagstuk van de waarheid en de leugen. Kortom, we kunnen moeilijk de waarheid zien; we zien de wereld va geruchten. Als we geïnteresseerd zijn in de waarheid proberen we te achterhalen welke geruchten minder leugenachtig zjndan de andere. Vandaar ook de broeierige duisterheid van dit boek. Verlichting en onthulling, het zoeken van de beperkte mens in “een banale verzameling geruchten, vermoedens, imponderabilia “(1. onweegbare zaken 2. Zaken waarvan de waarde niet precies aan te geven is, mar die toch hun onmiskenbare invloed laten gelden) Contrasten tussen: Goed en kwaad Besloten volkse Vlaanderen en de gevaarlijke buitenwereld Inertie en actie Naïviteit en verdorvenheid Voorstellingen van de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf De geruchten is vooral een roman over twijfel, en over hoe die twijfel, om met de woorden van de Alegemse meester Arsène te spreken, aantoont hoe weinig realiteit wij aankunnen.
Motieven
Corruptie van de eigenlijke vader van René. Opportunisme van ‘De Doofpot’ t.o.v. René, maar eigenlijk ook opportunisme van René t.o.v. ‘De Doofpot’ Vooroordelen van de Alegemse burgers over René en zijn familie. Bekrompenheid van de Vlaamse bevolking. Kolonialisme van het Afrikaanse land waar René is geweest. Collaboratie van Alma tijdens de laatste oorlog.
Diepere betekenis
§ Als je aandachtig leest zie je dat bij bepaalde fragmenten een zekere retoriek gehanteerd wordt. Vb. Bij het enige normale neukscènetje kun je ontdekken dat het in feite meer licht geeft. § De betekenissen die verschuilt zitten achter de namen: Alma = oermoede Lamantijn = soort zeekoe
4. waarderend lezen
criteria
thema De geruchten, een prachtig thema, het zet je aan tot denken. Vertelperspectief Door de wisselende perspectieven, krijg je een ruimere kijk op het boek, wat zorgt voor meer interesse. Indeling in hoofdstukken Kortere hoofdstukken zijn altijd gemakkelijker te lezen.
Eindoordeel.
Een boeiend, spannend, mysterieus, typisch Claus-boek.
De manier waarop de tekst ontvangen is door de media
Heel positief. De recensenten beweren zelfs dat ‘De Geruchten’ de troeven in handen heeft om dezelfde status als ‘De Metsiers’ te bereiken.
|