|
Aanvullende informatie m.b.t. dit
leesdossier:
Aantal downloads : 4676
Aantal woorden: 3064
Ingezonden door: Luijten Uitgever: Onbekend
Meer leesdossiers van Paul van Loon op StudentsOnly:
* Gezicht in de mist * Gezicht in de mist * Griezelbeelden * Griezelbus 4 * Nooit de buren bijten * Nooit de buren buiten * Vampier in de school
Samenvatting Schrijver Paul van Loon in Geleen geboren. Nadat hij z’n hbs-opleiding afgemaakt had ging hij naar de kunstacademie, afdeling illustratie. Hij merkte op een dag dat hij meer schreef dan tekende. Na z’n opleiding illustreerde hij maar 1 boek. Daarna is hij boeken gaan schrijven. Dat doet hij meestal ’s nachts. Overdag doet hij het huishouden en verzorgt zijn dochtertje.
Inhoud Midden in de nacht staat meester Jacques van groep 8 telkens op. Terwijl hij slaapt pakt hij een boek uit de boekenkast, gaat achter zijn computer zitten en begint verhalen te typen. ‘s Morgens op school geeft hij weer gewoon les. Julia, een meisje in groep 8, is al eens naar de dokter gestuurd omdat ze dingen zag die er niet waren. Niemand in de klas valt iets op aan meester Jacques, behalve Julia. Meester Jacques vertelt regelmatig een verhaal in de klas. Die worden over het algemeen erg saai gevonden door de leerlingen. Terwijl hij dan die verhalen voorleest ziet Julia wel eens een heel ander gezicht voor de klas staan. Iemand met een bleek gezicht, een kaal hoofd en rare spitse oren. Ze zegt er niets over tegen iemand anders, omdat ze anders weer zeggen dat ze dingen ziet die er niet zijn. Het is bijna kinderboekenweek en meester Jacques stelt voor nu eens iets heel anders te gaan doen dan normaal. Ze gaan een griezeltour houden van 3 dagen met een bus. Ze reizen dan naar verschillende plekken en op elke plek leest meester Jacques dan een verhaaltje voor. Hij heeft al een verhaal meegenomen om het aan de klas voor te lezen. Iedereen verwachtte dat het weer zo’n saai verhaal zou worden. Het verhaal gaat over een meisje die Carry heet. Ze heeft van een man die aan de deur stond een tamagochie gekregen, Pluisje genaamd. De man had gezegd dat ze goed voor hem moest zorgen, anders zou er iets heel ergs gebeuren. Ze nam hem mee naar school. Onder de les begon Pluisje te piepen. Snel moest Carry hem voeren. De meester had het ook gehoord en Carry moest uitleggen wat het was. De meester wou Pluisje in beslag nemen, maar Carry maakte hem duidelijk dat dat echt niet kon. Ze mocht hem dan nog houden. De volgende dag had Carry’s moeder voor pluisje gezorgd, maar dat was geen succes. Carry had Pluisje maar weer mee naar school genomen. Nadat ze weer betrapt werd nam de meester Pluisje in beslag en stopte hem in z’n bureaula. De volgende dag was de meester nog laat op school. Hij wou naar huis gaan en haalde zijn tas op in z’n lokaal. Opeens schoot uit de la waar hij Pluisje in had gestopt een lange glibberige slurf. De meester werd in het apparaatje weggezogen. Niemand wist de volgende dag waar de meester was. Toen Carry de la van meesters bureau opende en Pluisje wilde pakken zag ze dat de meester op het beeldschermpje was verschenen.
De leerlingen van groep 8 vonden het wel een spannend verhaal. De volgende dag stond er een bus voor de school en zo begonnen de leerlingen aan hun griezeltocht. Tegen meester Jacques mochten ze nu geen meester meer zeggen, maar reisleider. De chauffeur was erg grappig en liet de klas al meteen schrikken met een eng masker. De bus reed naar een oude verlaten parkeergarage, waar het eerste verhaal afspeelt. Het heette ‘parkeergarage’.
De familie Stoop was op weg naar hun vakantiebestemming. Het was een bloedhete dag en ze hoopten hun auto ergens in een parkeergarage kwijt te kunnen. Ze kwamen in een verlaten parkeergarage terecht waar alleen maar een oude Mercedes stond met allerlei namen erop geschreven. Marie, Johan en Pepijn vonden die auto interessant. Meneer Stood had de kinderen geroepen mee te komen naar de hotelkamer. Later op die dag gingen de kinderen alleen naar die parkeergarage. Ze gingen in die oude auto zitten. Pepijn was erg stil en keek wat witjes. Er verschenen schaduwen op de muur die leken op hen af te komen. Doodbang zaten ze alle drie in de auto. De schaduwen werden kinderen. Ze smeekten hen om hun naam op de auto te zetten. Dan zou een van hen vrij komen. Opeens kwamen meneer en mevrouw Stood binnen en riepen de kinderen terug. Plotseling zei Pepijn dat hij niet terug kon, omdat hij de naam al op de auto had geschreven. Pepijn verdween samen met de andere kinderen weer in schaduwen. Daarna verdwenen ze helemaal. Er stond een klein kindje lang de auto. Hij was door de auto vrijgelaten.
Iedereen van groep 8 vond het maar eng in de parkeergarage waar ze nu waren. De reisleider liet ze nog eens extra schrikken door vreemde geluiden te maken, terwijl de zaklamp het niet meer deed. Terug in de bus gekomen zat de chauffeur alweer te wachten. Hij reed verder naar een oude stationshal. Daar moest iedereen uitstappen en naar binnen gaan. Iedereen voelde daarbinnen een gek gevoel, of er geesten waren. De reisleider begon nu met z’n volgende verhaal. Het heette ‘Station’.
Rozanne en haar moeder moesten rennen om de trein te halen. Het station was helemaal leeg. Toen ze beneden op het perron kwamen reed de trein net weg. Rozannes moeder moest erg naar de wc. Rozanne zat er nog alleen en ze ging maar walkman luisteren terwijl ze een griezelboek ging lezen van haar favoriete schrijver. Opeens dacht ze dat er iemand achter een pilaar naar haar stond te kijken. Telkens als ze weer keek was er niks te zien. Ze stond op om maar eens te kijken. Nog niemand te zien. Ze vond dat haar moeder wel erg lang wegbleef. Ze liep naar de roltrap en ging omhoog. Aan de andere kant van de roltrap kwam opeens een man omlaag. Hij was helemaal in het zwart gekleed en leek op het eerste gezicht nogal eng. Ze schaamde zich ervoor, want dat enge viel best mee. Eindelijk zag ze haar moeder op de wc. Ze zei dat ze zich nog had opgemaakt, maar ondertussen kwam ze een erg knappe man tegen. Haar gezicht was veel te bleek, haar lippen te rood en er blonken glanzende hoektanden uit haar mond.
Meester Jacques krijgt plotseling een stemmetje in z’n hoofd. Hij heeft nu weer in de gaten dat hij eigenlijk verkeerd bezig is. Herinneringen dat hij verhalen is aan ‘t schrijven komen weer naar boven. Hij krijgt weer in de gaten dat hij meester Jacques is en geen reisleider. Iedereen gaat het station uit en stapt weer in de bus. Ze rijden terug naar school, want de eerste dag is achter de rug. De volgende dag staat de bus weer voor de school. Iedereen stapt in en ze gaan naar hun eerste bestemming toe. De chauffeur liet eerst iedereen nog even schrikken. Ze rijden naar een oude verlaten bioscoop. Iedereen stapt uit en loopt achter de reisleider de bioscoop in. Daar wordt het volgende verhaal verteld. Het heet ‘bioscoop’.
Eric en Janke zitten samen in de bioscoop naar een griezelfilm te kijken. Eric is Jankes vriend. Hij is heel aardig voor hem. Normaal wordt Janke altijd gepest op school omdat ze zo lelijk is, maar Eric doet zoiets niet. Jankes moeder wil dat ze Eric eens mee brengt naar huis, dan kan zij en Jankes oma hem keuren. De volgende dag gaat Eric met Janke naar de dierentuin. Als ze bij de apen zijn schrikt een aap terwijl hij naar Eric kijkt. Hij vlucht op de grote rots en alle apen volgen hem. De apen maken bangen geluiden. Eric stelt voor om nog eens naar de bioscoop te gaan. Toen Eric naar huis liep zag Janke dat Eric met een stel vrienden was aan ’t lachen. Als Eric Janke zo bang kreeg dat ze niet meer naar school durfde te komen kreeg hij vijfentwintig gulden. Janke stelde voor om nog eens naar de bioscoop te gaan naar een film over weerwolven. Toen de film was afgelopen liepen ze samen naar huis. Op een gegeven moment had Eric een wolvenmasker opgezet en wou Janke aan ’t schrikken maken. Toen ze samen naar huis liepen kwamen net Jankes moeder, oma en broertje aan gelopen. Ze hadden spitsen oren, haren op hun gezicht en scherpe hoektanden. Ze waren weerwolven geworden. Eric kon niet meer weglopen van schrik.
Toen het verhaal was afgelopen zag Julia weer een ander gezicht voor de reisleider. Ze zag allemaal andere mensen in de bioscoop. Opeens pakte een van die mensen een oog eruit en gooide die naar Julia. Haar gedachte was plotseling voorbij. Er kwam een stevige man de bioscoop binnen met een grommende hond. Hij zei dat de kinderen en de reisleider hier niet mochten komen. Toen liepen de kinderen naar de bus, maar de reisleider keek de hond nog even aan. Die rende opeens jankend weg. Toen de reisleider de man aankeek werd zijn gezicht spierwit en rende ook opeens doodsbang weg. Nadat iedereen weer in de bus was aangekomen reed de chauffeur weer aan naar de volgende bestemming. Dat was een museum. Daar aangekomen stapte iedereen uit en ging naar binnen. Er stonden allemaal mummies. De reisleider ging z’n volgende verhaal beginnen. Het heette ‘museum’.
Karin heeft in de krant een advertentie gelezen. Daarin stond dat je een nachtje kon blijven slapen in het Egyptisch Museum. Ze vond het wel spannend en ze vroeg haar vriendin Iman of ze ook mee mocht. Dat mocht en dezelfde avond nog bracht vader ze naar het museum. De man achter de balie was helemaal in doeken gewikkeld. Dat zal wel voor de show zijn, dachten Karin en Iman. De mummie liet ze het museum zien en bracht ze daarna naar de slaapplaats, midden in de grote zaal. Toen het licht uit was liepen Karin en Iman nog even langs de glazen kasten met mummies. Opeens dacht Iman dat de mummie bewoog, waarnaar ze keek. Karin geloofde er niks van. De mummie achter de balie kwam nog thee en koekjes brengen. Karin dronk de thee op en Iman nam de koekjes. ’s Nachts werd Iman wakker en stootte Karin aan. Ze zei dat ze een beetje misselijk was van die koekjes. Karin had haar gerust gesteld en ze gingen weer slapen. De volgende ochtend werd Karin wakker. Ze keek eerst naar de glazen kasten. Ze zag dat er een mummie weg was, die er gisteren nog stond. Ze besloot Iman wakker te maken en tikte haar aan. Ze werd maar niet wakker en ze besloot een in haar slaapzak te kijken. Iman lag er niet, maar er lag een mummie. Snel rende Karin naar beneden naar de man achter de balie. Ze zag Iman tevoorschijn komen. Haar armen hingen slap, haar adem was ijskoud. Ze dwongen Karin om ook een stukje van de koekjes te eten. Na lang duwen slikte ze het door. Nu waren zij voor de komende jaren de mummies in de kast. De twee oude mummies trokken Karins en Imans jassen aan en stapten achter bij vader in de auto. Iman en Karin konden niet meer meekomen.
Iedereen van de klas wil weten hoe vader gereageerd zou hebben op die twee mummies achterin. Iedereen moet weer de bus in en de bus rijdt weer terug naar school. De volgende dag is bijna iedereen er, behalve Julia, Esteban en Joyce. Er zat geen buschauffeur meer achter het stuur, maar een skelet. Iedereen dacht dat het weer een grapje van de chauffeur was. Meester Jacques zag er heel anders uit. Spitse oren, wit gezicht en weinig haar op z’n hoofd. Toen de bus net wegreed kwam Julia aangelopen. Ze was te laat en ging de school binnen. Eseban en Joyce zaten in de klas. Ze mochten voor straf niet mee, omdat ze de vorige dag vervelend waren. Opeens komt meester Jacques de klas binnen. Iedereen kijkt hem verbaasd aan. Ze zeggen dat de bus net weg is en hij zou er in hebben gezeten. Nu weet meester Jacques dat er iets erg aan de hand is. Iemand anders speelt voor reisleider. De kinderen in de bus zijn in gevaar. In de bus heeft niemand erg veel in de gaten. De zogenaamde reisleider gaat een verhaal voorlezen in de bus. Het heet ‘het huis van de schrijver’.
Ton gaat met z’n moeder een weekeindje op vakantie. Ze gaan naar een klein dorpje met kleine huisjes, omdat moeder ook in zo’n omgeving is opgegroeid. Ze zijn bijna op de plaats van bestemming als er iemand in witte lappen gewikkeld over straat loopt. Ton roept dat het een mummie is maar moeder geloofd daar niks van. Ze zegt dat hij zo wit is van de sneeuw. Het vakantiehuisje is erg klein. Ton gaat meteen naar z’n kamer. Hij heeft de deur nog niet geopend of hij hoort gekras en gegrom. Hij roept snel moeder. Zij maakt de deur open er is niks aan de hand. Ton moet zich niet zo aanstellen. Ton gaat beneden. Daar gaat hij verder met lezen in z’n boek van z’n favoriete schrijver. Opeens klopt er iemand op de deur. Het is het buurmeisje Charlotte. Ton gaat met haar mee een stukje lopen. Hij komt erachter dat hier z’n favoriete schrijver ergens woont. Charlotte belooft hem om er de volgende dag langs te lopen. Toen ze er de volgende dag was gingen ze samen naar het huis van de schrijver. Ton zag onderweg op het markplein rare mensen. Het leek wel of ze geen ogen hadden. Bij het huis van de schrijver aangekomen wilde Ton aanbellen om een handtekening te vragen. Dit raadde Charlotte af. De volgende morgen voordat Ton weer naar huis ging besloot hij alleen langs het huis van de schrijver te lopen. Hij belde aan. De schrijver was heel aardig en zette z’n handtekening. Toen Ton vroeg waar hij al z’n ideeën vandaan had nam de schrijver hem mee naar z’n schuurtje. Ton ging naar binnen en opeens zat hij in een heel andere wereld met vreemde gedaantes. Hij wilde terug en dat ging. Het was de andere werkelijkheid volgens de schrijver. Ton wilde altijd graag dat iemand een verhaal over hem schreef. De schrijver zij dat hij dat gedaan had. Wat Ton niet wist is dat vanaf nu alles wat Ton doet al opgeschreven staat. Er komen allemaal griezelfiguren uit z’n boeken de tuin in. Ton rent snel naar huis, waar z’n moeder al op hem staat te wachten om te vertrekken. Ze rijden meteen aan. Ton wil zo snel mogelijk weg. Onderweg lijkt het rustig. Opeens zegt moeder dat ze al lang verder moesten zitten, maar de weg hield nog lang niet op. Dan wordt de omgeving witter en witter, totdat Ton ziet dat z’n moeder wazig wordt en verdwijnt. Dit gebeurt ook met Ton. Hij is door de schrijver gevangen genomen in z’n boek.
Sommige kinderen in de bus merken dat ze het steeds kouder krijgen. Opeens ziet een van de kinderen iets bewegen in de bagagenetten. Er steekt een hand uit. Uit de netten komen plotseling allemaal vreemde gedaantes. Ze gaan achter de zogenaamde reisleider, Onnoval, staan. Onnoval kondigt aan dat ze naar de andere werkelijkheid gaan. De bus passeert een verlaten kerkhof. Opeens verschijnt er een ijzeren poort waar ze doorheen gaan de andere werkelijkheid in.
Op school gaan de drie kinderen mee met Jacques naar huis. Hij rijdt vliegensvlug. Thuis aangekomen zien de kinderen dat er groen slijm uit z’n computer komt. Op het scherm staan de laatste letters die Onnoval gezegd heeft. Schijnbaar staat het verhaal in de computer. Uit het slijm bouwt zich een figuur. De meester herkent hem. Het is Eddy C, een oude leerling die een paar jaar geleden mee is genomen naar de andere werkelijkheid. Eddy C zegt dat als je een uur in de aw bent, je niet meer terug kunt. Jacques kan de kinderen nog terughalen door het verhaal aan te vullen met een nieuw einde achter in het boek ‘De Griezelbus’. Niemand weet een einde, totdat Julia de pen in handen neemt. Ze begint te schrijven.
De kinderen in de bus zijn erg in paniek door de monsters totdat er iemand roept dat de monsters nep zijn. De kinderen veranderen zelf in de monsters die ze zelf willen. Ze lopen om Onnoval heen en hij wordt doods bang. Ze laten ook Onnovals monsters schrikken en scheuren ze zelfs in stukjes. Onnoval roept dat dit helemaal niet zo gaat zoals hij het geschreven heeft. Onnoval krimpt en verdwijnt langzaam. Alleen het skelet achter het stuur is nog over. Hij moet van de kinderen omdraaien en terug rijden naar de werkelijkheid.
Meester Jacques en de drie kinderen gaan met de auto naar het verlaten kerkhof. Daar is nog niks te zien totdat ze een geronk horen van een bus. De bus komt plotseling te voorschijn uit een zojuist verschenen ijzeren poort. Iedereen is ongedeerd. Meester Jacques besluit z’n computer bij het vuil te zetten. Als hij daar mee bezig is komt er een man aan die de computer mee wil nemen. Tenslotte denkt meester Jacques eraan dat ‘De Griezelbus’ nog binnen ligt. Hij wil het verbranden om zo te voorkomen dat het opnieuw tot leven komt, maar het boek ligt er niet meer. Er loopt alleen nog een groen slijmspoor naar de container toe.
bespreking Ik ben op het idee gekomen dit boek te lezen, omdat ik een paar jaar geleden ook de andere drie Griezelbussen gelezen heb. Die vond ik toentertijd erg leuk.
Navertellen Er is eigenlijk geen echte hoofdpersoon in het boek. Je zou eventueel meester Jacques kunnen aanwijzen. Hij is leraar van groep 8 en probeert in zijn vrije tijd spannende verhalen te schrijven voor de klas. Hij heeft geen vrouw of kinderen en ook geen huisdieren.
Het verhaal speelt zich af in deze tijd in Nederland.
Oordeel Ik vind het onderwerp van het verhaal wel goed gekozen. Het is spannend en heel afwisselend. Ook de titel vind ik goed. Het verhaal speelt zich grotendeels af in de griezelbus. Het boek heeft volgens mij geen diepere bedoeling. Het is geschreven om je te vermaken. Ik vond het een goed boek, maar toen ik dat soort boeken een paar jaar geleden las vond ik ze veel leuker. Ze worden wat eenvoudig en zo’n verhaal afloopt is meestal wel te voorspellen.
|