|
Aanvullende informatie m.b.t. dit
leesdossier:
Aantal downloads : 419
Aantal woorden: 1271
Ingezonden door: Tjabbe Tjibsma Uitgever: Onbekend
Meer leesdossiers van Simon Vestdijk op StudentsOnly:
* De held van temesa * De Ivorenwachters * De kellner en de levenden * De koperen tuin * De koperen tuin * De koperen tuin * De ziener * Het glinsterend pantser * Het veer * Het vijfde zegel * Ivoren wachters * Ivoren wachters * Meneer Visser's hellevaart * Meneer Visser's Hellevaart * Pastorale 1943 * Pastorale 1943 * Terug tot Ina Damman * Terug tot Ina Damman
Samenvatting Boekverslag per afdeling
Afdeling I INHOUD Hoofdpersoon: Hij Krijgt de Pest niet! Maatschap. Pos.: hij zwerft, (reiziger), volkomen toevallig, zonder plan, op gebieden waar de pest heerst, hij geniet van zijn leven. Uiterlijk: Groot, sterk van stuk, woest. Schijnt op een duivel te lijken volgens sommigen. Karakter: Een sadist, eenling, angstverwekkend en afschrikwekkend, zelf zonder angst. Relaties: Hij heeft relatie met de Pest, hij volgt de pest of loopt hem vooruit, hij gebruikt de Pest om in zin behoeftes te voorzien, maar zelf krijgt hij de Pest niet. Functie: Draagt het thema en laat de motieven zien.
Bijpersonen: Reizigers op het veer, wanhopig gezelschap.
De monnik: mager en versleten, rimpelige huid, laat zien dat hij veel heeft meegemaakt, bescheiden, vrij verstandig en vooral niet de moedigste.
De koopman: vette dikke man, was erg rijk, maar moest alles achterlaten vanwege de Pest, ziet er dom uit met een log gezicht en bolle ogen.
De boer: ook gevlucht voor de Pest, want zij hele familie was eraan ten offer gevallen, scheen afgestompt als een stuk vee te zijn.
De jonge zwangere vrouw: mooi, slapend op de schouder van haar metgezel met een gezwollen en getekend gelaat.
Haar metgezel: ook jong, stil en bescheiden en gaf haast geen kik, luisterend naar de verhalen van de monnik.
Veerman: Vreemde man, sterk, oud en gebogen en droeg zijn en haar en ringbaard in wilde overvloed, en mompelde steeds weer vreemde taal over het boze oog.
Overeenkomst: ze vertegenwoordigen elke stand van de maatschappij, dat betekent dat niemand aan de Pest ontsnapt maakt niet uit wie of hoe je bent, jong, oud, arm, rijk of zelfs ongeboren.
Verhaalverloop: In het najaar van 1348 vertelt de hoofdpersoon dat hij delen van Europa had afgezworen. Ook vertelt hij over de weg die hij bewandeld heeft. Hij wist niet veel van hoe de wereld eruit zag totdat hij een kaart kreeg van een Dominicaan. Dan ziet hij zijn avontuurlijke leven als het ware in die kaart afspelen. Hij leeft met de zwarte dood, volgt hem of loopt hem ver vooruit. Hij besluit steden die met ziekten zijn bedreigd zodat er niet op hem wordt gelet. Hij vertelt over de meest afschuwelijke ziektes die hij heeft meegemaakt en gezien, maar die hij nooit heeft gehad. Hij vertelt de betekenis van haat, kannibalisme, zwarte dood, melaatsheid en hekserij zoals hij die ziet. Dan op een bleke oktoberdag zat hij bij een rivier. Op het breedste punt bevond zich een veer naar een reeks dorpen waar hij nog niet was geweest en waarvan hij wist dat die nog niet waren besmet. Hij besloot daarheen te reizen en zag dat hij niet de enige reiziger was. Een wanhopig gezelschap volgens hem, die voor de zwarte dood wilde vluchten, reisde ook met de veer. Samen waren ze op de boot en opeens begon de monnik, één van de passagiers, te bidden en vervolgens te praten over kruiden en geneesmidden. Ook vertelde hij verhalen die hij had meegemaakt over Godsdaden en straffen. De hoofdpersoon liet het allemaal lang zich heengaan, ondanks dat hij wel naar de monnik luisterde. En ook de koopman begon verhalen te vertellen, terwijl de boer en de jong metgezel luisterden. De zwangere vrouw sliep de hele reis op de schouder van haar metgezel. Toen ze eindelijk aan de andere kant waren stapte allen uit. De hoofdpersoon had nogal moeite om uit te stappen, maar niemand wilde hem helpen uitstappen. De andere passagiers waren al op de vlucht toen hij vrouwen kreten hoorde en een lijk onder het zeil vond. Het lijk was bezweken aan de Pest. Hij beschouwde het lijk als zijn vriend, die voor de ander passagiers een vijand was. Ook nu was hij niet bang, want besmet raken dat gebeurde toch niet. Hij was tevreden door het zien van het lijk, kreeg weer spontaan energie en voelde zich krachtig en gezond op weg om weer een lange weg vol avontuur te bewandelen achter de Pest aan. De ander passagiers waren op de een of andere manier ook gevlucht voor hem. Ze wisten niet dat tijdens het twintig minuten, volgens hen vredige reisje, de zwarte dood had meegereisd.
Thema: De angst voor de Pest, oftewel Zwarte Dood, en hem proberen te ontvluchten, maar dat zou toch nooit lukken. Dus een nutteloze vlucht.
Motieven: Zwarte Dood Angst Duivel ( hijzelf) Misbruik ’t Kwaad De vlucht en de nutteloze vlucht Veer ( symbolisch) Boze oog ( ongeluk van anderen) Zwarte dobbelsteen ( Toeval) Zwart ( slecht, duivelachtig) Ongeboren kind gedoemd ter dood Niemand ontsnapt ( geen verschil in standen voor het gevaar)
Titel: Veer ( symbolisch gekozen) Het veer gaat heen en weer. Met het veer is geen ontsnappen mogelijk, want hij brengt je toch weer terug. Deze veer is veel erger. Hij brengt de Pest naar de ander kant.
Afdeling II VORM
Compositie:
Tijd: Middeleeuwen Verteltijd: ongeveer een uurtje, 38 blz. Vertelde tijd: - eerste deel paar maanden, tweede deel twintig minuten - chronologisch - ab ovo Verdichting: Hij geeft veel tijd, in een soort terugblijk in het eerste deel, in een geringe aantal bladzijden. Wending: twee delen, terugblik en gebeurtenis op veer: - In de terugblik: zijn eigen manier van denken en doen. - Deel 2: de manier van doen van de mensen. Tegenstellingen: - Angst – genieten van angst, sadistische gevoel - Ongeboren kind – zwarte dood Herhalingen: maken geleding in het verhaal Angst, paniek, vlucht en de zwarte dood worden regelmatig herhaald Plaats: Op het veer – hier ook symbolisch gekozen Vlucht van de zwarte dood Grenzen overschrijden, met de boot zou dat heek goed kunnen, alleen in Dit geval niet. Macrostructuur: Indeling: twee delen Deel 1: terugblik beschrijft zijn leven, zijn eigen manier van denken en doen Deel 2: het geval op de Veer uitgebreid verteld, de manier van doen van mensen Wending: tussen twee delen, terugblik en geval op het veer
Stijl:
Taal: het verhaal bevat lange zinnen, heel uitgebreid beschreven en de taal is daardoor moeilijk toegankelijk.
Het verhaal bevat zowel dialoog als monoloog gebruik, wel is het dialoog gebruik minder dan de monoloog gebruik.
Stijlfiguren: Veel overdrijvingen, hyperbolen
Afdeling III PLAATS IN DE LETERKUNDE
Schrijver:
Genre: ( Proza, Epiek) Novelle, een en ingrijpende episode van de hoofdpersoon.
Stroming: Uigegeven in 1972 Dus geen stroming
Afdeling IV OORDEEL
Puntsgewijs eigen oordeel: - Toen ik de titel las vroeg ik me af waar het verhaal over ging - In het begin was het even doorbijten, want de taal was anders dan ik gewend ben, erg moeilijk - Toen las ik verder en kwam erachter dat het onderwerp de Pest was, wat ik wel interessant vond. - Het thema zelf vond ik ook erg boeiend: vluchten is gewoon onmogelijk - Heel opmerkelijk vond ik dat de hoofdpersoon zelf de Pest niet kreeg - Ik vond het erg moeilijk lezen en daardoor had ik weer moeite met het vinden van versnellingen, vertragingen, tegenstellingen en herhalingen - Van de schrijver Simon Vestdijk heb ik nooit gehoord wel van zijn andere roman Ivoren wachters
|