|
Aanvullende informatie m.b.t. dit
leesdossier:
Aantal downloads : 1567
Aantal woorden: 1775
Ingezonden door: Anoniem Uitgever: Onbekend
Meer leesdossiers van Ferdinand Bordewijk op StudentsOnly:
* Bint * Bint * Bint * Bint * Bint * Blokken * Blokken * Fantastische vertellingen * Het vegetarisme van mr. J.P. de Vries * Karakter * Karakter * Karakter * Karakter * Karakter * Karakter * Tijding van ver
Samenvatting Boekverslag
Jacob Willem Katadreuffe is de zoon van Jacoba Katadreuffe en deurwaarder A.B. Dreverhaven, die wordt geboren uit een kortstondige verhouding. “Zij” wil niet met de deurwaarder trouwen en erkent hem niet als vader van haar zoon. De jonge Katadreuffe groeit op in een arme wijk van Rotterdam. Na zijn lagere school zoekt hij het avontuur op in Den Haag Hij leent geld van de kredietbank om een sigarenwinkeltje over te nemen en vertrekt. De zaak loopt niet en uiteindelijk wordt er door de kredietbank, waar zijn vader de eigenaar van is, zijn faillissement aangevraagd, Katadreuffe trekt weer bij zijn moeder in. Bij de taxatie blijkt dat de jonge Katadreuffe slecht een reeks boeken bezit ter waarde van vijftien gulden en zijn faillissement wordt opgeheven. Jacob weet de sympathie van zijn curator, Mr. de Gankelaar, te winnen en krijgt op zijn eenentwintigste een baantje als bediende op het advocatenkantoor van Mr. Stroomkoning. Katadreuffe is geheel onder de indruk van de vijf naamborder die naast de deur hangen en besluit dat hij hogerop wil komen om uiteindelijk zelf advocaat te worden. Van zijn loon kan hij de huur betalen van zijn woonruimte op de zolder van de conciërge van het advocatenkantoor en hij volgt een zelfstudie. Opnieuw vraagt zijn vader het faillissement van Jacob aan. Het loon van Katadreuffe wordt deels ingehouden. De volgende dag treft Mr. Stroomkoning met hem een financiële regeling waardoor zijn zelfstudie mogelijk blijft. Na zijn schulden te hebben afbetaald, leent Katadreuffe opnieuw geld, ditmaal voor zijn studie. Wederom gaat hij naar een bank die Dreverhaven bezit om zijn vader te trotseren. Intussen werkt Jacob zich binnen het advocatenkantoor op tot personeelschef omdat Mr. Rentenstein geld verduisterde. Vlak voor het examen wordt wederom het faillissement van Katadreuffe aangevraagd. Ditmaal lukt het zijn vader niet om hem failliet te laten gaan. Jacob slaagt voor zijn staatsexamen en heeft het doel in zijn leven, advocaat worden, bijna bereikt. Lorna te George, secretaresse op het advocatenkantoor, trouwt niet veel later en neemt ontslag. Katadreuffe zag zijn relatie met haar puur zakelijk en om hogerop te komen. Lorna neemt ontslag en pas later beseft Katadreuffe dat zij zijn grote liefde was. Katadreuffe ziet zijn vader voor het laatst wanneer hij tot advocaat wordt beëdigd. Mr. Schuwagt maakt tegen de beëdiging van Jacob bezwaar, maar dat wordt van de hand gewezen. Jacob stapt ten laatste male naar zijn vader toe en op een koele, zakelijke manier zegt hij: “Ik erken u niet meer als mijn vader, u bestaat niet meer voor mij.” Bij een bezoek aan zijn moeder komt Katadreuffe erachter dat zijn vader elke maand geld aan de oude Katadreuffe gaf. Dat geld komt hem na haar overlijden toe. Dreverhaven heeft hem niet alleen willen tegenwerken, zo verklaarde hij, maar hij deed het allemaal om zijn zoon te harden.
Van mevrouw Jansen-Moonen kreeg ik de tip om “Karakter” te lezen. Dit heb ik dan ook gedaan en ik heb het boek meteen geleend van de bibliotheek. Het boek boeide me. De realistische vertelsituatie, de manier van vertellen, de karakters, alles sprak me aan. Ik heb het boek dan ook vrijwel in een adem uitgelezen.
Hoofdstuk II Verdiepen
Ferdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emiel Bordewijk werd op 10 oktober 1884 geboren in Amsterdam. In 1894 verhuisde hij naar Den Haag. Hij studeerde rechten te Leiden en promoveert in 1912 tot doctor. Een jaar later wordt hij beëdigd als advocaat en gaat hij werken bij een advocatenkantoor in Rotterdam. Op 1 augustus 1913 trouwde hij met Johanna S.H. Roepman. Uit dit huwelijk worden een dochter, Nina, en een zoon, Robert, geboren. Onder het pseudoniem van Ton Ven maakt hij in 1916 zijn debuut als schrijver met de gedichtenbundel Paddestoelen. In Blokken (1931), Knorrende Beesten (1933) en Bint (1934) ontwikkelt hij zijn eigen stijl. Zijn belangrijkste boek was Karakter (1938), waarvan hij al in 1928 de voorstudie in “De Vrijheid” publiceerde. In maart 1945 worden al zijn bezittingen vernield bij een bombardement en de Bordewijk verhuist tijdelijk met zijn gezin naar Leiden. In 1947 wordt hij voorzitter van de Ereraad voor Letterkunde, die oordeelt over het gedrag van schrijver in de tweede wereldoorlog. De P.C. Hooftprijs werd in 1953 toegekend aan Bordewijk en een jaar later werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. In 1957 ontvangt Bordewijk de Constantijn Huygensprijs voor zijn totale oeuvre. Op 28 april 1965 overleed Bordewijk op tachtigjarige leeftijd. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste prozaschrijvers van de moderne Nederlandse letterkunde. Karakter werd in 1997 verfilmd onder leiding van regisseur Mike van Diem. In 1998 krijgt de film zelfs een Oscar voor de beste buitenlandse film.
Wederom heb ik twee recensies gelezen. De eerste is verschenen in de Telegraaf in 1938. Deze onbekende recensent vindt dat Bordewijk een overtuigend en interessant boek heeft geschreven. In de tweede recensie, uit het NRC Handelsblad van 1969, wordt minder diep ingegaan op de personages, maar wordt het boek globaal beschreven. Beide recensenten zijn het erover eens dat Bordewijk met Karakter iets aparts laat zien. Het boek lijkt schijnbaar zonder liefde, maar dat is begrepen in de karakters, zo meent de eerste recensent. Het boek dankt zijn betekenis vooral aan het feit dat vier sterke karakters, jonge en oude Katadreuffe, Dreverhaven en Lorna te George, aan elkaar voorbij gaan omdat zij “zich allen willen handhaven als wat zij zijn”. Toch verschillende de recensenten op een paar vlakken van mening. Volgens de recensent van de Telegraaf is het één van die romans die de lezer laat zitten met de vraag: “En daarna…?”. Hier ben ik het volkomen mee eens. Ook is het vreemd dat Borderwijk zijn hoofdpersoon wel zijn eerste einddoel laat bereiken, maar hem niet laat verloven. Dit siert de auteur. De personages lijken iets onmenselijks te hebben, alsof ze met elektrische spanning zijn geladen. De tweede recensent vindt dat het boek “inderdaad karakter heeft”. Karakter is met een opmerkelijke mensenkennis geschreven en men moet het werk met gevoel en intuïtie benaderen. Het verdient om aandachtig gelezen te worden.
Hoofdstuk III Verwerkingsopdracht
Hoofdpersoon is Jacob Willem Katadreuffe. Hij is binnen het verhaal de held. Hij heeft doorzettingsvermogen, vormt een eigen karakter en krijgt uiteindelijk zijn vader klein. Round-character is A.B. Dreverhaven. Hij is de antiheld, want hij ziet zijn zoon niet staan. Hij vraagt tot driemaal toe het faillissement van Katadreuffe aan. Hij reikt Katadreuffe een mes aan om hem te vermoorden. Kortom: hij werkt zijn zoon tegen en verklaart later dat hij dat deed om hem te harden. Uiteindelijk wil Katadreuffe geen contact met hem hebben. De historische tijd. Het verhaal speelt zich over het algemeen in het begin van de jaren ’30 af. De vriend van Katadreuffe is een communist. Gedurende het verhaal zie je dat hij steeds meer geïndoctrineerd is aan zijn gedrag. Een ander feit is dat het salaris van Katadreuffe in het begin maandelijks zestig gulden bedraagt, dat is een salaris uit die tijd. Het verhaal speelt zich af in Den Haag (sigarenzaak van Jacob) en Rotterdam (jeugd van Jacob en advocatenkantoor). Karakter speelt zich af van de eerste wereldoorlog tot aan de tweede helft van de jaren ’30 . De vertelde tijd is in totaal ongeveer 25 jaar: het begint bij de geboorte van Katadreuffe en eindigt wanneer hij aan het begin van zijn loopbaan als advocaat staat. De gebeurtenissen zijn chronologisch verteld, afgewisseld met enkele flashbacks in het begin. Dan wordt er na de geboorte van Jacob terug geblikt naar zijn verwekking. Karakter heeft een auctoriale vertelsituatie. Het verhaal is in hij-perspectief geschreven en vaak komen er dialogen in voor. Het taalgebruik van Bordewijk is eenvoudig en dus goed te begrijpen. Het hoofdthema van Karakter is de strijd tussen vader en zoon. Onderliggende motieven zijn doorzettingsvermogen en wilskracht. Het verhaal heeft ook een opdracht. Deze luidt: ‘Aan mijn kinderen Nina en Robert.’ Ook heeft het een motto: A sadder and a wiser man He rose the morrow morn (S.T. Coleridge)
Hoofdstuk IV Evalueren
Karakter leest door de korte zinnen makkelijk weg. De auctoriale vertelsituatie met de vele dialogen erdoorheen, maakt het boeken fris en afwisselend. Echte spanning komt er in het verhaal niet voor en toch blijft het boek boeiend om te lezen Het lijkt alsof je te maken hebt met een huisje-boompje-beestje verhaal. Toch blijkt het tegendeel waar. De held in Karakter is iemand die je gedurende het boek ziet groeien, die je ziet zijn eigen karakter te vormen. Hij heeft een goed doorzettingsvermogen en wilskracht. Het enige wat in hem heerst is de eerzucht die hij heeft. Wanner hij uiteindelijk zijn staatsexamen heeft gehaald en tot advocaat is beëdigd, lijkt zijn leven perfect te zijn. Toch lijkt de liefde geen rol van betekenis te hebben, maar wanneer de jonge Katadreuffe Lorna te George weer ontmoet, beseft hij wat ‘dat vreemde gevoel’ was dat hem indertijd ziek maakte. Het boek voor mij zowel een gesloten als een open einde. Een gesloten einde omdat hij zijn eerste einddoel, advocaat worden, heeft bereikt. Dat deel van zijn leven is afgerond. Maar tevens een open einde om je niet weet wat hem nu nog in zijn verdere leven te wachten staat. Zal hij nog hogerop komen binnen het advocatenkantoor? Wat zal er verder met Dreverhaven, zijn moeder, zijn vriend en collega’s gebeuren? Het is een en al onduidelijkheid. De titel van het boek heet Karakter, omdat je veelal ‘meeloopt’ met de jonge Katadreuffe. Toch zijn er ook andere sterke karakters, karakters die niet tijdens het verhaal zijn gevormd, maar er al waren. Zij (zijn moeder) is de tegenpool van Katadreuffe. Zij moet zichzelf haar misstap, het vallen voor Dreverhaven, zien te vergeven. Geen geld, huwelijk, nee niets neemt ze van hem aan, hoe erbarmelijk haar situatie ook is. Ook Dreverhaven heeft een sterk karakter. Hij is gekwetst door Jacoba, die de enige was die niet voor hem door de knieën ging. Zijn zoon behandeld hij als elk ander, om hem zo op te bouwen als iemand met een sterk karakter. Als je Jacoba en Dreverhaven ook als twee volwaardige hoofdpersonen ziet, zou het boek eigenlijk Karakters moeten heten. Leuk is het volgens mij altijd om te kijken of de schrijver autobiografische elementen zoals zijn studie, woonplaats en namen van naasten gebruikt. Verder is het duidelijk dat het verhaal in hij-perspectief is geschreven. Daarom is het juist mooi dat er veel dialogen in voorkomen zodat het verhaal afwisselend blijft. De tijd bepalen was niet moeilijk, want je bent erbij met de geboorte van Katadreuffe, ziet hem opgroeien en vervolgens advocaat worden. Daarna eindigt het verhaal.
|