|
Aanvullende informatie m.b.t. dit
leesdossier:
Aantal downloads : 578
Aantal woorden: 1392
Ingezonden door: Victor Ledder Uitgever: Onbekend
Meer leesdossiers van Maarten 't Hart op StudentsOnly:
Geen titels gevonden!
Samenvatting Samenvatting van de inhoud: Het verhaal speelt aan het eind van de jaren vijftig. De ik-verteller, Maarten, woont met z’n vader, moeder, broertje en zusje in Boonersluis (= Maassluis). Hij zit op het lyceum en het liefste wat hij doet is lezen, zeer tot ongenoegen van zijn vader, die liever zou zien dat zijn oudste zoon wat jongensachtiger liefhebberijen had. Zijn vader is grafmaker op de gemeentelijke begraafplaats en komt elke dag thuis met sterke verhalen, bijvoorbeeld over de oude meneer Rampenne, die hem hinderlijk vaak opzoekt. Rampenne is doofstom en communiceert alleen met een eindeloze hoeveelheid briefjes, waarmee hij een vreselijke rommel maakt op de keurig onderhouden begraafplaats. Het begraven van een katholieke vrouw op de openbare begraafplaats is ongewoon, maar het wordt nog gekker als de vader van Maarten op haar graf een kruisbeeld moet plaatsen. Maartens familie is zeer gereformeerd en ‘papen’ zijn voor de vader een soort uitschot van de schepping. Een voordeeltje is dat het beeld verpakt is in soepel pakpapier en prachtige essenhouten latjes, geschikt materiaal voor het maken van een vlieger. Dit gebeurt in het baarhuisje op de begraafplaats. Maarten beperkt zich tot toekijken, hij krijgt trouwens niet eens de kans een hand toe te steken. Een tweede toeschouwer is een tamme reiger, die voortdurend wordt uitgescholden door de vader, omdat hij de grafstenen bevuilt. Op een avond gaan ze de vlieger oplaten op een terrein naast de katholieke begraafplaats. Er is te weinig wind. De vader neemt daar even een kijkje en ziet dat het er een beestenbende is. Later in het voorjaar gaat de vlieger wel omhoog en vader en zoon sturen beiden briefjes met wensen langs de lijn. Het feit dat zijn vader zoveel belangstelling toont voor de roomse begraafplaats, is voor Maarten een vrijbrief stiekem lid te worden van de katholieke bibliotheek; dat verdubbelt zijn leesmogelijkheden (hij is al lid van de openbare bibliotheek). Als Maarten op een keer alleen gaat vliegeren, snijden twee jongens het touw door, zodat hij de vlieger kwijt is. Pas een half jaar later vindt hij deze terug bij Ginus van Diepenburch, die een aankondiging voor het venster heeft: ‘vlieger neergedaald’. De vriendelijke Ginus is jaloers op de ik-persoon, omdat die op het lyceum zit: Ginus had ook zo graag willen doorleren, of z’n dochter willen laten leren, maar de mooie Machteld heeft heel andere voorkeuren. Na verloop van tijd verhuist Ginus met vrouw en dochter naar een woning vlak achter het huis van Maarten. Maarten kan vanuit zijn zolderkamertje bij hen naar binnen kijken. Ook blijkt dat ze tot dezelfde kerk behoren, waar Machteld zich overigens weinig laat zien. Ginus en Maartens vader kunnen het uitstekend met elkaar vinden, vooral omdat beiden van dammen houden. De katholieke begraafplaats moet geruimd worden, omdat op die plek nieuwbouw komt. Een pastoor wil graag dat de vader van Maarten dat doet, omdat hij in eigen kring niemand kan vinden voor dit precaire karwei. Maartens vader wil het alleen maar doen als hij het grootschalig mag aanpakken: met een dragline. Dat wordt afgewezen. Het verzoek wordt later herhaald door de chef van de vader en zelfs door de burgemeester. De afwijzing blijft dezelfde, ook nu de vader Ginus als assistent heeft gekregen. Maarten doet een aantal pogingen bij Machteld in een goed blaadje te komen, maar het effect is averechts. Tegen Ginus wordt door de kerk een ‘afsnijdingsprocedure’ gestart, omdat hij een geheel eigen interpretatie heeft gevonden van een deel van het Onze Vader. Het gaat om de zinsnede ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’. Hij concludeert daaruit dat vergevingsgezind gedrag ten opzichte van medemensen voldoende is om ook van God vergiffenis te krijgen. De dood van Christus aan het kruis kan die vergeving niet bewerkstelligen; dat kan God nooit zo bedoeld hebben. Dominees, ouderlingen en zelfs hoogleraren theologie kunnen hem niet terugbrengen tot de kerkelijke interpretatie. Hij citeert met het grootste gemak tientallen bijbelteksten om zijn gelijk te bewijzen. Als Ginus ‘bewerkt’ wordt, komt vader bij zijn zoon op de zolderkamer, zodat hij de discussies in de huiskamer van Ginus, althans visueel, kan volgen. De vader, ook zeer bijbelvast, kan soms bij benadering vaststellen welke tekst onderwerp van discussie is. Hij wil Ginus ellende besparen en probeert hem, met bijbelcitaten, te overtuigen, maar Ginus geeft geen krimp. Achter de rug van vader om probeert de pastoor Ginus te bewerken, uiteraard om hem zover te krijgen dat hij de roomse begraafplaats ruimt. De vader houdt hem daar net op tijd vanaf. Ginus komt steeds verder in moeilijkheden, want zijn dochter blijkt zo lichtzinnig geleefd te hebben, dat ze zwanger is. Dat zou nog niet zo’n ramp zijn, als er maar bij benadering kon worden vastgesteld aan wie het vaderschap aangeboden moet worden. Uiteindelijk worden Ginus en zijn vrouw uit de kerk gezet. Dat betekent ook dat zij uit de sociale gemeenschap worden gestoten. In die wanhopige situatie accepteert Ginus een ‘aanbod’ van twee samenwerkende pastoors: als hij de roomse begraafplaats ruimt, zullen zij zorgen voor een bruidegom voor Machteld, want onder de kandidaten bevinden zich ook katholieken. De vader is in alle staten, want hij kan er niets meer aan doen, bovendien voelt hij dat hij dan toch z’n maat zal helpen, omdat die het karwei nooit alleen kan klaren. Het gedwongen huwelijk blijkt een zeer gewelddadige aangelegenheid, waar Maarten ongewild een keer getuige van is. Als haar echtgenoot na een ruzie de deur uitloopt, keert Machteld zich tegen Maarten. Ze tuigt hem al met een mattenklopper, wat hij overigens ervaart als een plezierige ‘behandeling’. Met behulp van zijn zoon schrijft de vader een sollicitatiebrief: in Delft hebben ze een nieuwe grafmaker nodig. Door een samenloop van omstandigheden wordt niet hij maar Ginus daar benoemd. Een uitkomst voor de man die in een benarde positie verkeert in zijn woonplaats. In een gesprek met een deputatie van de katholieke kerk, weer over het ruimen van de begraafplaats, schoffeert de vader de mannen zodanig, dat ze voor een andere oplossing kiezen, zoals een poosje later blijkt. Als vader en zoon de vlieger weer eens oplaten naast de katholieke begraafplaats, blijken ze daar aan het ruimen te zijn. Met draglines!
Opbouw: Het boek heeft een epiloog. De epiloog speelt in de jaren negentig. Maarten ’t Hart vertelt hierin over z’n deelname aan een actie van Amnesty International in z’n geboortestad. Om publiek te trekken, zal hij worden geketend in een kooi. Tot z’n stomme verbazing wordt hij vastgebonden door Machteld, die ook voor de kooi gezorgd heeft. Zij werkt nu als een meesteres in een S.M.-huis in Den Haag. Ze raken aan de praat. De verhuizing indertijd was een succes en Ginus kon met zijn ideeën zelfs terecht in een nieuwe kerk: de doopsgezinde. Tien jaar na de verhuizing is hij overleden. Tenslotte maken ze een zeer vage afspraak elkaar nog eens te ontmoeten. Voordat hij de markt verlaat, heeft hij nog een ontmoeting met twee oude mannetjes die zijn vader gekend hebben. De functie van deze epiloog is vooral te laten zien wat de aanleiding was tot het schrijven van de roman: de ontmoeting met Machteld. Het boek bestaat uit 36 titelloze hoofdstukken.
Plaats en ruimte: Het verhaal speelt zich af rondom het huis van Maarten en rondom de kerken.
Tijdsduur: Inclusief epiloog duurt het verhaal ongeveer 40 jaar.
Tijdsvolgorde: Het verhaal is chronologisch vertelt
Perspectief: ik-perspectief
Vertelwijze: Veel dialogen en veel beschrijvingen.
Spanning: Het verhaal is niet spannend.
Personages: De ik-verteller, Maarten, romantiseerd zijn jeugd, die werd gevuld met luisteren naar de prachtige verhalen van zijn vader, lezen in alle boeken die hij maar te pakken kon krijgen en kijken naar het mooiste meisje van het stadje. De vader van Maarten is de echte hoofdpersoon. Hij is een aardige man. Hij is erg tegen de belangstelling van Maarten voor niets anders dan boeken. Hij is grafdelver. Verder zijn er nog Ginus en zijn dochter Machteld.
Motieven en thema: Een motief is ‘literatuur’.
Eigen oordeel: Ik vind het een zeer goed boek. Ik ben niet gelovig, maar toch boeit het geloof en de kerk me wel. Ik vond het mede daardoor een leuk boek om te lezen.
Literatuurgeschiedenis: Het boek behoort niet tot een bepaalde literaire stroming.
|