|
Aanvullende informatie m.b.t. dit
leesdossier:
Aantal downloads : 1028
Aantal woorden: 1247
Ingezonden door: Rene de Jager Uitgever: Onbekend
Meer leesdossiers van Hansjorg Martin op StudentsOnly:
* Die Sache im Supermarkt * Kein Schnaps fur Tamara * Uberfall am Okeechobee
Samenvatting Boekbespreking:
Mathias ist vierzehneinhalb (14 1/2) Mathias is 14 en een half jaar.
Michael is gerade (net) funfzehn (15) Michael is net 15 geworden.
Michael Schuch und Mathias Lindner sindt angeklagt, weil sie im Supermarkt eingebrochen haben und für ein paar hundert Mark Ware gestohlen haben. Michail schunch en Mathias Linder zijn aangeklaagd, omdat ze in een supermarkt ingebroken hebben en voor een paar honderd Mark aan spullen hebben gestolen.
Dr Rahn ist der verteidiger von Michael Schuch De heer rahn is de vertegenwoordiger van Michael Schush.
Der Richter ist Herr Riemann De rechter is Heer Riemann.
Der Prozes is im September 1976 Het proces is in september 1976.
Im Mai haben Sie eingebrochen In mei hebben ze ingebroken.
Weder Michael noch Mathias waren bisher aufgefallen Michael en Mathias waren niet op gevallen tijdens hun diefstal.
Mathias war ein ziemlich (tamelijke) unbequemer (slechte) Schüler mit schlechten Leistungen (cijfers) Mathias was een tamelijk slechte leerling met slechte cijfers.
Michael und Mathias hatten nie Geldnot Michael en Mathias hebben geen geld noot.
Michael bekam von seinem Vater jeder Woche fünf Mark Taschengeld (zakgeld) und vom seiner Grossmutter (oma) zwanzig Mark und er verdiente Geld mit Zeitungsaustragen (kranteloop) monatlich (maandelijks) siebzig Mark. Michael krijgt van zijn vader elke week 5,- Mark zakgeld en van zij oma 20,- Mark en hij verdiend met zijn krantenwijk 60,- Mark per maand.
Mathias hatte kein Taschengeld. Er verdiente an fünf Nachmittagen jede Woche, dass er beim Blumenhandlung Topfpflanzen und Strausse (struiken) zur Kundschaft (aan de klanten) brachte. Mathias heeft geen zakgeld. Hij verdient 5 dagen per week geld met het bezorgen van bloemen en struiken aan de klant.
Die Polizeibeamten, der Kriminalbeamte und der Richter hatten erfolglos (vergeefs) versucht Michael und Mathias zum reden (aan het praten) zu bringen. De politieambtenaar, de criminaliteits ambtenaar en de rechter hebben vergeefs geprobeerd Michael en Mathias aan het praten te krijgen.
Für Jugendgericht kommt man, wer zum Zeit der Tat vierzehn aber noch nicht achtzehn ist. Je komt voor het jeugd gerecht al je tussen de 14 en de 18 bent. Herr Rieman hat zwei Kindern Henriette und Holger Heer Rieman (de rechter) heeft 2 kinderen: Henriette en Holger.
Er fragt seiner Kinder um ihm weiter zu helfen. Er glaubt nie dass die Jungen Geldnot hatte und auch nicht Abenteuerlust (avontuurlijk) Hij vraagt zijn kinderen om hem te helpen. Hij gelooft niet dat de jongens in geldnoot zaten en ook niet dat ze avontuurlijk zijn.
Henriette hat die Akte vom die Jungen gelesen. Henriette heeft het rapport van de jongens gelezen.
Henriette kannte Michael Schuch. Er war beim Henriette im Klasse vor drei Jahren (3 jaar geleden) Henriette kan Michael Schuch. Hij zat drie jaar geleden bij Henriette in de klas .
Holger kennte Mathias Holger kent Mathias ook.
Michel möchte necht mit Mathias spielen von seinem Vater. Michel mag niet meer met Mathias omgaan van zijn vader.
Henriette und Holger gehen zur Michael und Mathias Henriette en Holger gaan naar Michael en Mathias.
Beim Mathias zur Hause war auch einen Mann genannt Bello Bij Mathias thuis was ook een man genaamd Bello.
Bello hat voriges Jahr einen Dauerarrest (werkstraf) gehat von drei Wochen. Bello heeft vorig jaar een werkstraf gehat van drie jaar.
Wenn Henriette und Holger mit dem Fahrrad zurück gehen, fahren Sie nach der Laden (winkel) wo der Jungen eingebrochen hatten. Der Möllenbrooks Supermarkt. Wanneer Henriette en Holger op de fiets terug naar huis fietsen, fietsen ze langs De Mölenbrooks , de winkel waar de jongens hadden ingebroken.
Sie sehen da ein Mädchen etwa (ongeveer) fünfzehn Jahre alt mit heissen Wasser und einem Plastikschaber (plastik schrabber) lange Papierstreifen (papierrepen) von der Schaufensternscheibe(etalageruit) zu lössen. (afhalen) Ze zien 2 meiden van ongeveer 15 jaar met een plastik schraper alle papierenfolders van de winkel ruiten afhalen.
Henriette und Holger wollen dass Mädchen ausfragen. Sie reden (praten) mit das Mädchen und helfen Sie mit Das Mädchen heisst Ilse Dann kommt Herr Möllenbrook und das Mädchen darf nichts zu sagen. Henriette und Holger geben ihre Telefonnummer falls Ilse noch etwas einfällt. Henriette en Holger willen de meiden wat vragen. Ze praten me de meiden terwijl ze ze helpen. Dann komt Heer Möllenbrook en de meiden durven niks meer te zeggen. Henriette en Holger geven hun telefoonnummer voor het geval dat Ilse(meisje waarmee ze praten) hun nog wil bellen of nog wat heeft gehoord.
Ilse rüft Henriette an und Ilse geht zu Henriette Hause. Ilse erzählt das Herr Möllenbrook muss der Laden streichen (verven) lassen für eine Kontrolle. Ilse gaat met Henriette mee naar huis en zegt dat Heer Mölenbrook de winkel moet verven voor een controle.
Die Maler (schilder) machen Schwarzarbeit (zwartwerk), aber Herr Möllenbrook will nicht zahlen. Er sagt das die Maler ihm bestohlen hatte. Er sollte eine Flasche Rum gestohlen haben. Der einen Maler heisst Bello. De schilder werkt daar zwart, maar Heer Möllenbrook wil hem niet betalen. Hij zegt dat de schilder hem bestolen heeft. De schilder zou een fles rum gestolen hebben. De schilder heet Bello.
Am Tag wenn Henriette zurückkommt vom Schule sieht sie Bello (der Maler) Er ist am streichen am Hause der Familie Rieman. Op een dag als Henriette terug komt van school ziet hij Bello de schilder. Hij is aan het schilderen bij het huis van Familie Rieman (huis van de rechter).
Henriette erzählt alles an ihre Vater. Henriette vertelt alles aan zijn vader.
Bello is noch im Ausbilding (opleiding) Geselle seit vier Montaten. (sinds vier maanden) Bello is nog in opleiding sinds 4 maanden.
Bello bleibt zum essen (eten) Bello blijft bij de Heer Tieman eten.
Nach das Essen fragt Herr Rieman der Meinung von ein Fall. Na het eten vraagt de Heer Rieman zijn kant van het verhaal.
Er erzählt ein gleichseitige Geschichte (verhaal), aber Bello sagt nichts. Er muss weitermachen, weil seinem Chef im abholt am fünf. Hij vraagt naar het verhaal, maar bello zegt niks. Hij moet terug naar zijn baas.
Später am nachmittags geht Bello nach Herr Rieman. Later op de middag gaat Bello terug naar Heer Rieman.
Bello war schon (al) vorbestraft und seiner Chef hat gesagt wenn wieder so etwas passiert (gebeurd) er nie seiner Meisterbrief (diploma) bekommt. Bello is al een keer gestraft en zijn baas heeft gezegd als hij nog iets strafbaars doet krijg hij zijn diploma niet.
Bello hat gesehen das Mathias und Michael im letzten Winter im Schrebergartenverein (volkstuintje) eine Laube(tuinhuisje) gebrannt( in brand) haben. Sie hatten Knallfröschen (voetzoeker) von Silvester (oude jaar) Bello zegt dat Mathias en Michael afgelopen winter met oud en nieuw in een volkstuintje een tuinhuisje in de brand hebben gestoken met een voetzoeker.
Bello sollte nichts sagen wenn Mathias und Michael ein paar Regale (stelllingen) umschmeissen im Supermarkt. Bello wil niet zeggen wanneer Mathias en Michael een paar stellingen hebben omgegooid in de supermarkt.
|