StudentsOnly



 

 
 

1. Een praktijkgerichte benadering van

2. Psychologie : een inleiding

3. Een praktijkgerichte benadering van

4. De zeven eigenschappen van effect

5. Grondslagen van de marketing


ADVERTENTIE


Bristol murder
Philip Prowse

 
ADVERTENTIE


Aanvullende informatie m.b.t. dit leesdossier:

Aantal downloads : 1439
Aantal woorden: 4815
Ingezonden door: Steven de Graaf
Uitgever: Onbekend



Meer leesdossiers van Philip Prowse op StudentsOnly:


* Bristol murder * Bristol murder * Bristol Murder * The woman who disappeared


Samenvatting
Boekverslag:

De mensen uit het verhaal:
Peter Jones, 22 jaar, 103 Mill Road in Bridgwater. Peter is lang, dun heeft donker haar en bruine ogen.
Peter was 15 toen zijn vader overleed. Peters moeder was erg arm dus zocht Peter werk om zijn moeder te helpen het huis te kunnen betalen. Toen Peter 17 jaar was zocht hij ander werk bij Universal Transport Limited. Peter leerde autorijden. Toen Peter 21 werd ging hij op zichzelf in een vrachtauto rijden. Nu rijdt hij dus vrachtwagen.

John Stevens, 16 jaar, 24Devenshire Road, Bristol. John is dunnetjes, heeft bruin haar en bruine ogen.
John's ouders zijn dood, hij woont bij zijn oom (Robert Stevens) die leraar is. John zit op school maar wil daar eigenlijk vanaf en weglopen.

Jeff beck, 24 jaar, Cabaret Club, 12Victoria Street Manchester. Jeff is dik, heeft donker haar en blauwe ogen.
Jeff was 15 toen hij van school moest, hij had problemen met de politie. Toen hij 18 was moest hij voor auto's jatten 3 maanden de gevangenis in. Hij is nu 23 en heeft inmiddels 3 keer in de gevangenis gezeten. Hij is nu eigenaar van een nachtclub.

Bob Steel, 42 jaar, 12 River Street Bristol. Bob is klein, heeft rood haar een rode baard en groene ogen.
Over Bob zijn kinderjaren is geen informatie. Hij had geen baan. Hij verkoopt informatie aan de politie over diefstallen en dieven.

Hoofdstuk 1. Early Morning.
Het is een vroege morgen in oktober. Peters moeder heeft ontbijt gemaakt en wekt nu Peter om te komen ontbijten. Peter moet werken en hij moet opschieten want hij is al aan de late kant. Gelukkig haalt hij de bus nog. Bij het Universal Transport Limited aangekomen krijgt hij te horen dat hij een lading biscuits af moet brengen in Manchester. Ze laden de koekjes in en Peter vertrekt. Onderweg begint het te regenen en het is erg druk in de stad. Langs de weg staat een jongen van een jaar of 16 te liften. Hij mag bij Peter instappen en ze beginnen te kletsen. De jongen heet John Stevens en is weggelopen van huis omdat hij ruzie had. Peter stopt bij een café, ze gaan een kop thee drinken.

Hoofdstuk 2. The Newspaper.
In het café vraagt Peter waarom John is weggelopen. John vertelt dat zijn ouders zijn overleden en dat hij bij zijn oom
woont, die heel aardig is maar heel streng. Hij mag nooit weg van zijn oom en moet altijd maar huiswerk maken.
John vertelt dat het gisteravond weer eens zover was, hij wilde naar de bioscoop met zijn vrienden maar mocht weer
eens niet. John was kwaad en ging toch naar de bios. Toen hij weer thuis kwam was zijn oom heel kwaad en sloeg John in het gezicht. John was ook kwaad en sloeg zijn oom terug. John schrok daarvan en rende weg. Toen hij een uur later terug kwam was er allemaal politie bij het huis. Een politieman zag John en rende achter hem aan, maar John ontsnapte omdat hij dacht dat de politie hem in de gevangenis zou zetten omdat hij zijn oom had geslagen. Toen had hij in het station geslapen en s' ochtends is hij gaan liften en zo kwam hij bij Peter.
Peter schrikt van het verhaal en zegt dat John nog maar wat thee moet gaan halen. Ondertussen leest hij in de krant dit bericht:

Dode man gevonden! Het lichaam van Mr. Robert Stevens is gevonden in zijn huis in Bristol. Volgens de politie moet er een gevecht zijn geweest, want er niets is gestolen. De politie zoekt nu naar het neefje van Mr. Stevens, John Stevens 16 jaar die bij hem in huis woonde.

Snel stopt Peter de krant in zijn zak, zodra John er weer is vertrekken ze. John is moe. Peter stelt voor om in de laad ruimte te gaan slapen, dat doet John. Als Peter een eind heeft gereden ziet hij een politie wagen. Een politieman staat op de weg en laat Peter stoppen.

Hoofdstuk 3.The lorry is stopped.
Peter moet stoppen en uitstappen van de politie. De politie zoekt een jongen van 16 jaar (John) en ze willen zijn wagen doorzoeken. Peter doet net of hij van niets weet en vraagt waarom ze de jongen zoeken. Maar de politie wil niet afgeleid worden en kijkt in da laadruimte. Niemand, het is goed zegt de politie. Peter snapt er niets van maar doet net of hij niets merkt. Hij stapt in zijn wagen en rijdt verder, maar na tien minuten stopt hij. Hij loopt naar achter en kijkt in de laadruimte. Daar ziet hij een schoen onder een oude jas vandaan komen, het is John. Hij lag te slapen tot Peter er aan kwam, John zegt dat hij over de politie heeft gedroomd, "nee" zegt Peter. "Dat heb je niet gedroomd dat was echt".
Ik heb de politie gesproken, ze denken dat jij je oom hebt vermoord met een tafelpoot. Maar dat is helemaal niet waar zegt John en hij vertelt dat hij zijn oom alleen geslagen heeft. En toen van de schrik is weggerend. Peter gelooft John en belooft hem te helpen en te beschermen.

Hoofdstuk 4.Arriving in Manchester.
Peter gaat zijn oude vrienden opzoeken, het zijn criminelen en Peter denkt dat zij wel iets over John zijn oom weten. Hij geeft John geld en zegt dat hij ergens heen moet gaan waar de politie niet zo snel zal zoeken. Maar eerst moet Peter zijn koekjes gaan uitladen dan gaat hij naar "Cosy Café". Het is in een nogal afgelegen buurt en Peter voelt zich er niet veilig, het is niet druk in het café. Er zit maar een man, die een krant zit te lezen. Hij stapt naar binnen en bestelt een kop thee. Als hij weg gaat vraagt hij aan de barman of hij soms Jeff Beck kent een oude vriend van Peter. De barman die een glas in zijn handen had laat het vallen en schrikt.
Hij zegt dat hij hem niet kent. Peter gelooft hem niet en vraagt of hij het zeker weet, de barman verandert niet van gedachten en stuurt hem weg. Als hij even later weer buiten loopt hoort hij achter zich een stem die vraagt hoe laat het is. Peter draait zich om, het is de man die ook in het café was. "Natuurlijk" zegt Peter en kijkt op zijn horloge. Maar de man pakt Peter bij zijn haar en trekt zijn hoofd naar achter.
Peter voelt een koud mes tegen zijn nek en de man begint te praten. "Ken je jeff echt of ben je van de politie?"

Hoofdstuk 5. A visit to the cinema.
John had gewacht tot Peter ging uitladen, toen is hij uitgestapt en de straat in gelopen. Hij was nog nooit in manchester geweest en wist niet waar hij heen moest, na een tijdje lopen kwam hij een bioscoop tegen. Hij bleef staan en keek welke films er draaien. Er staan nog meer mensen buiten, onder andere een meisje van zijn eigen leeftijd die geërgerd staat te kijken. Ze wacht al lang. John ziet het en twijfelt of hij haar mee zal vragen, ze ziet er leuk uit. Ineens ziet John dat er nog iemand anders staat, het is een politieman. John schrikt, hij weet niet wat hij moet doen. Of hij weg moet lopen of juist niet. Hij kijkt naar de politieman die kijkt terug, snel kijkt John naar de foto's van de films die draaien. Na een minuut kijkt hij weer tot zijn schrik kijkt de politieman nog steeds naar hem, en hij komt op hem af! Nu weet John maar 1 ding te doen.
Hij moet met het meisje praten zodat de politie zal denken dat hij hier woont. Hij loopt op het meisje af en vraagt of ze zin heeft naar de film te gaan, het meisje weet het niet ze wacht al een half uur op haar vriendje. John staat met haar te praten of ze het moet doen of niet en ziet de politieman dichter bij komen. Hij pakt het meisje bij de hand en trekt haar mee "je vriendje komt toch niet meer" zegt hij. Oké zegt het meisje als Steve maar niet boos wordt. John koopt twee kaartjes en loopt snel naar binnen. Het meisje heet Susan en ze zegt dat ze John mag.

Hoofdstuk 6. The cabaret club.
Terug bij Peter, de man zegt dat Peter mee moet komen. Oké zegt peter, ik ben een vriend van Jeff en Jeff zal boos worden als je me wat aandoet. Oké kom mee dan zegt de man en e lopen door de donkere straat. Bij een grote auto staan ze stil en Peter moet instappen. De man waarschuwt dat als hij probeert te ontsnappen hem wat gebeurt. Na 5 minuten stopt de auto bij een huis waarop staat "Cabaret club". De man belt aan en zegt dat hij een vriend van Jeff bij zich heeft. Ze worden binnen gelaten en Peter wordt in een klein kamertje geduwd, het stinkt er naar rook. Er zitten drie mannen te kaarten, de man die met zijn rug naar Peter zit draait zich om. Het is Jeff. Jeff is verbaasd Peter et zien en vraagt waarom de man van het café Peter heeft gepakt. De man dacht dat Peter van de politie was. Jeff zegt dat het zijn vriend is en dat hij hoopt dat ze hem niets hebben gedaan. Iedereen moet uit de kamer want Jeff wil met Peter praten, die blij is dat Jeff hem herkent. Jeff is nu een rijk man en heeft zijn eigen club, hij laat nu mensen voor hem auto's stelen en verkoopt die. Peter zegt dat ergens anders voor komt en hij vertelt het hele verhaal over John en zijn oom.
Jeff zegt dat er maar 1 mogelijkheid is om John te geloven, namelijk de moordenaar vinden. Peter weet niet hoe hij moet beginnen met zoeken en vraagt of Jeff ervan heeft horen praten. Jeff weet wel iets en gaat weg, na tien minuten is hij terug en zegt dat hij een goede vriend in Bristol heeft die meer weet dan de politie. Zijn naam is Bob Steel en wil helpen de moordenaar te zoeken. Peter bedankt Jeff en wordt terug gebracht naar zijn vrachtwagen.

Hoofdstuk 7. John learns a lesson.
John en Susan zitten in de bioscoop. Het is pauze en John haalt wat te drinken als hij terug komt ziet hij Susan ruzie maken met een jongen. Het is Steve, Susan zegt dat hij haar met rust moet laten en hij loopt weg. Als hij langs John loopt slaat hij hem "je moet van mijn vriendin afblijven" zegt hij. Wat zij hij? Vraagt John aan Susan. Steve zei dat ze bij hem moet komen zitten. Susan had gezegd dat hij hen met rust moest laten, ze vond John veel leuker. Ik vind jouw ook veel leuker dan Steve zegt John en als het licht uit is zoenen ze. Als Steve dat ziet loopt hij de bioscoop uit. Als de film es afgelopen geeft Susan haar adres en John gaat naar de plek waar hij heeft afgesproken met Peter. Maar hij wordt gevolgd door Steve die hem trapt, John valt op de grond.
We moeten even praten zegt Steve, nee dat moeten we niet en John geeft hem een duw maar dan ziet hij dat John niet alleen is. Hij heeft drie vrienden mee genomen. Steve tilt hem op maar John slaat Steve in zijn buik en wil wegrennen, maar hij wordt door da andere jongens tegengehouden. Steve pakt hem en slaat hem in zijn gezicht en buik. John valt neer en Steve gaat op hem zitten en begint te slaan. Dan schreeuwt er iemand "laat hem met rust" het is Peter.

Hoofdstuk 8. River Street.
Peter komt aangerend en slaat Steve, John ziet dat de andere allemaal naar Peter en Steve kijken, springt op en rent weg. "Ga in die zwarte auto zitten" schreeuwt Peter. Als John omkijkt ziet hij dat Peter Steve heeft geslagen en dat hij er met zijn vrienden vandoor gaat. Ze stappen in de auto en de chauffeur rijdt ze naar Peter z'n vrachtwagen. "Hoe wist je dat ik hier was?" vraagt John aan Peter. Peter zegt dat hij dat niet wist en dat het toeval was dat hij langskwam. In de vrachtwagen rijden ze terug naar Bristol en John vertelt zijn verhaal.
Peter vertelt ook zijn verhaal en zegt dat ze morgen meteen naar Bob Steel (de man die meer informatie heeft over de moord) gaan. John slaapt die nacht bij Peter in Bridgwater voor zijn veiligheid. De volgende dag gaan ze opzoek naar Bob Steel (waarvan ze zijn adres hadden gekregen van Jeff Beck) ze vinden zijn huis en worden binnen gelaten door een man.

Hoofdstuk 9. Information.
De man die opendoet is Bob Steel. Hij lijdt Peter en John naar een kamer en zegt hun te gaan zitten. Dan vertelt Peter dat ze informatie nodig hebben over de moord op mr. Stevens. Hij zegt er niet bij dat het John zijn oom is. Bob vertelt dat hij heeft gehoord dat mr. Stevens niet is vermoord om het geld en dat hij in een paar uurtjes zal uitzoeken waarvoor mr. Stevens wel vermoord is. Bob zegt dat ze over een paar uur terug moeten komen met het geld, hij wil 100 pond hebben voor het zoeken. Peter en John gaan naar buiten en even later zegt John dat hij geen 100 pond heeft, Peter heeft ook alleen maar 20 pond, maar hij vindt dat ze af moeten wachten. Om de afgesproken tijd gaan ze terug naar Bob.
"Heb je het geld?" vraagt Bob. "Heb jij de informatie?" zegt Peter. Oké zegt Bob en vertelt dat hij gehoord heeft dat mr. Stevens is vermoord door iemand die hem kent. Een jong iemand die hem kende. John wil opspringen en zeggen dat dat helemaal niet waar is, maar Peter houdt hem tegen. Bob zegt dat dat al zijn informatie is en vraagt om zijn geld.
Peter zegt dat hij het geld zal geven als Bob zegt wat de naam van de moordenaar zegt. John zegt dat Peter het geld niet moet geven omdat Bob denkt dat hij de moordenaar is. Dan wordt Bob kwaad en wil het geld zien. Peter zegt dat hij 20 pond geeft en de rest pas geeft als Bob de naam van de moordenaar zegt. Bob vind het goed en zegt dat hij het om halfdrie onder de stations klok zal zeggen. Als Peter en John weg zijn belt Bob een nummer "Hallo spreek ik met de politie?" zegt hij.

Hoofdstuk 10. John is arrested.
Peter loopt ondertussen naar de bank om de 80 pond voor Bob te halen. John wilde niet mee ze zien elkaar halfdrie op het station. John gaat naar het station. Dan is het halfdrie, maar John ziet Peter noch Bob. Na vijf minuten wachten komen er twee mannen op John af. Het is detective Shaw, John staat onder arrest voor het vermoorden van zijn oom.
John wordt naar een politie auto gebracht om naar het politiebureau te gaan, en vanuit de politiewagen ziet John Peter staan. Detective Shaw vraagt waarom John zijn oom heeft vermoord, maar John zegt dat hij het niet heeft gedaan. De politieman gelooft hem niet en zegt dat ze weten dat John het heeft gedaan. Bij het politiebureau moet John in een klein kamertje wachten. Na een kwartier komt detective Shaw weer en gaat John ondervragen, John geeft geen antwoord. De politieman wordt boos en John zegt dat hij het echt niet heeft gedaan. Detective Shaw gaat weer boos weg.
Na een uur komt sergeant Black binnen en John krijgt een kop thee en een plak cake. John vindt sergeant Black aardig. Black vraagt of John zijn oom aardig vond en John zegt dat hij hem niet zo aardig vond. Black vraagt waar John de laatste twee dagen was, maar dan wordt er op de deur geklopt en Black gaat de kamer weer uit. John wil uitkijken met wat hij zegt want hij wil Peter niet verraden. John luistert Shaw en Black af. Hij hoort Black zeggen dat de jongen (John dus) nu wel praat. John weet nu dat hij getruckt wordt en dat hij uit moet kijken met wat hij zegt. Black komt terug in de kamer.
Black gaat verder met zijn vraag, maar John zegt dat hij nergens is geweest en dat hij Black niets meer vertelt. Black zegt dat als hij zijn oom niet vermoord heeft waarom hij dan zo bang is. Black geeft het na een paar vragen op. John wordt naar een kamer met een bed gebracht. John vraagt of hij ook wat te eten mag, maar dat krijgt hij alleen als hij de waarheid vertelt.

Hoofdstuk 11. Peter finds Bob Steel.
Ondertussen terug bij Peter (die nu door heeft dat het John was in de politieauto). Bob is niet op komen dagen en Peter besluit naar hem te gaan. Peter aangekomen bij Bob klopt aan, maar er is niemand. Peter besluit te wachten tot Bob terug komt. Hij gaat in het café zitten bij het raam zodat hij alles kan zien. Om 6 uur is Bob nog steeds niet langs gekomen. Peter besluit een krantje te gaan kopen, dit ziet hij op de voorpagina:

Jongen opgepakt voor moord. De politie is nog steeds opzoek naar de moordenaar van de leraar Robert Stevens. Deze middag heeft de politie het neefje van mr. Stevens opgepakt die voorlopig onder arrest staat.

Peter stopt de krant weg. Dus het was waar dat ze John opgepakt hebben. Om halfzeven gaat peter weg uit het café, hij heeft bob waarschijnlijk gemist. Maar als hij buiten is ziet hij Bob lopen. Peter volgt hem, Bob loopt richting de stad. Dan stapt Bob op een bus naar het station in de stad, Peter neemt die bus ook. Aangekomen volgt Peter Bob nog steeds, ineens slaat Bob in een klein straatje en als Peter daar aankomt ziet hij niemand. Dan hoort hij stemmen, het is de stem van Bob maar hij kan niet alle woorden horen. Dit hoort hij, 'vertel het me.....vertrouw me.....de politie. het trein station.....'. Peter gaat dichter bij staan om te horen wat Bob zegt, maar hij stapt op iets en dat maakt geluid. Peter springt weg maar het is te laat. Bob stopt met praten hij heeft door dat er iemand is en hij en de man waarmee hij praatte rennen weg. Peter rent achter ze aan, de jongen waarmee Bob praatte is ongeveer 15/16 jaar oud. Aan het eind van de weg slaat Bob rechts en de jongen links. Peter gaat achter Bob aan en krijgt hem te pakken. "Nu ga je mij de waarheid vertellen" zegt hij.

Hoofdstuk 12. More information.
Ze lopen naar Bob zijn huis. Peter vraagt of Bob de politie gewaarschuwd heeft. Peter vertelt wat hij denkt. Hij denkt dat Bob alles aan iemand heeft verteld voor geld. Omdat diegene de informatie wel kon gebruiken. Peter denkt dat diegene John heeft verraden omdat diegene zelf de moordenaar was en dan zelf niet als getuigen kon worden beschouwd. Peter vraagt om de naam van diegene, maar Bob doet nou eenmaal alles voor geld, dus die wil geld zien. Peter is boos en wil Bob slaan, maar Bob zegt als je me slaat vertel ik je helemaal niets meer. Peter geeft toe en geeft Bob de 80 pond die hij nog moest krijgen. Bob neemt het aan en zegt dat hij bang is dat hij Peter niet kan helpen, hij weet de naam niet. Peter wil boos worden maar Bob zegt dat hij naar de 'Manor Park Secondary School' moet gaan en dat hij daar al de antwoorden op zijn vragen kan vinden. Mr. Stevens was leraar daar, legt Bob uit. Peter gaat zo snel als hij kan naar die school.

Hoofdstuk 13. In the café.
Maar het was al 8 uur toen Peter bij school aankwam die was al gesloten. Maar er was nog licht in een lokaal. Er was een man van ongeveer 60 jaar, en even later zat Peter binnen. Peter zij dat hij over mr. Stevens wilde praten, en dat hij een vriend van John was. Peter vroeg of de man Robert Stevens kende, de man kende hem en vond hem ook aardig. Maar de man dacht dat mr. Stevens niet zo aardig tegen de kinderen op de school was. Peter vraagt of mr. Stevens we, eens een jongen heeft geslagen, maar volgens de man moet hij dan bij de jongens zelf zijn. De man stuurt Peter door naar het café 'Scala Cinema' en zegt dat daar wel leerlingen van mr. Stevens komen. Peter gaat naar het café en als hij binnen komt spreekt hij een groepje jongeren aan van 15/16 jaar. Hij vraagt of ze mr. Stevens kennen. Een van de jongens zegt dat hij blij is dat mr. Stevens dood is, omdat hij altijd zei dat ze dom waren en er stom uitzagen en andere hele gemene dingen. Een andere jongen zegt dat mr. Stevens hen ook altijd sloeg, als ze te laat waren of als ze zijn vragen verkeerd beantwoordden. De jongens noemen ook de naam 'Tommy Logan' en zeggen dat hij ruzie had met mr. Stevens op de dag van de moord. Tommy was er niet maar hij zou om ongeveer 9 uur ook wel komen, dus Peter wachtte.
Rond 9 kwam er een jongen op hem af en vroeg wat hij wou. De jongen had een leren jack aan. Peter herkent het en dan ineens ziet hij het, het is de jongen waar Bob Steel die middag mee stond te praten.

Hoofdstuk 14. The Case.
"Hallo", zegt Peter "ben jij Tommy Logan?". Ja zegt de jongen. Peter zegt dat hij met hem wil praten over mr. Stevens.
Maar de jongen denkt dat Peter van de politie is en wil niet met hem praten. Niet weglopen zegt Peter, laten we praten over je vriend Bob Steel. Maar Tommy loopt weg en rijdt hard op zijn motor weg. Maar Peter weet waar de jongen heen gat en volgt hem in zijn vrachtwagen. Tommy was naar Bob Steels huis gereden. Peter stapt uit zijn vrachtwagen en loopt naar de deur die nog open staat, hij hoort stemmen. Hij loopt de trap op maar dan gaat de deur van Bob zijn kamer open en Tommy ziet Peter. Peter rent de trap af, maar boven hem staat Bob met een stoel in zijn armen en die gooit de stoel naar beneden. De stoel raakt Peter zijn schouder en Peter valt op de grond. Tommy en Bob springen over Peter heen en rennen naar buiten de straat op en rijden weg op Tommy zij motor. Peter vergeet zijn pijn en volgt hen in zijn vrachtwagen. Door de haast rijdt Tommy door rood en Peter volgt hen, ook door rood. Dan ziet Peter in zijn spiegel dat ze worden gevolgd door een politieauto. Maar Peter wil niet stoppen hij wil die motor hebben. En zo rijdt er een stoet van een motor met Tommy Logan en Bob Steel, daarachter Peter in zijn vrachtwagen en daar weer achter een politieauto.

Hoofdstuk 15. The police station.
Peter komt steeds dichter bij de motor, en snel zat hij naast de motor. Zo rijden ze naast elkaar op de weg en eindelijk ziet Peter een gat waar hij da motor in kan duwen met zijn wagen en dat doet hij, maar Tommy geeft gas en gaat er weer vandoor. Nu was de motor 50 meter voor de vrachtwagen. Maar van de andere kant komt ook een politieauto. Tommy heeft hem gezien en Peter ook. Peter zet zijn auto horizontaal, aan beide kanten van de vrachtwagen staat nu een politieauto en de motor kan er niet meer door. Peter springt uit zijn vrachtwagen en rent richting de motor, de motor komt op Peter af en op het laatste moment springt Peter weg en de motor rijdt recht op de vrachtwagen op. Tommy was niet gewond en wilde wegrennen. Maar Peter rent achter hem aan, Bob ligt op de grond en twee politie' s staan over hem gebogen. De andere twee politie' s rennen achter Peter en Tommy aan. Peter rent harder dan Tommy en heeft hem al snel te pakken. Ze beginnen te vechten, maar de politie haalt ze uit elkaar. Ze zijn allebei gearresteerd. Peter, Tommy en Bob worden mee genomen naar het politiebureau. Hun namen worden opgenomen en er wordt gevraagd waar dit allemaal over ging. Peter zegt dat om de moord op mr. Stevens gaat. Ze moeten allemaal met de inspector praten en worden zolang ze moeten wachten in een cel gezet en Peter komt toevallig bij John in de cel. Peter vertelt het hele verhaal aan John. Dan komt inspector Shaw en vraagt hen om uitleg.

Hoofdstuk 16. The truth is told.
John en Peter vertellen het hele verhaal vanaf het begin aan de inspector. Vanaf dat John bij Peter in de vrachtwagen kwam tot nu. De inspector zegt niets en verlaat de kamer. Even later komen sergeant Black, Bob, Tommy Logan en inspector Shaw weer terug. Shaw gaat Bob ondervragen. Bob vertelt dat hij s' avonds (dat de moord gepleegd werd) langs het huis van mr. Stevens liep en dat hij een jonge man zag wegrennen uit het huis van mr. Stevens, de duur stond nog open. Dat vond hij vreemd, dus ging hij kijken en zag daar mr. Stevens op de grond liggen. De jonge man die hij had gezien was volgens hem John. Bob had kunnen zien dat mr. Stevens nog niet dood was want hij ademde. Toen hoorde hij voetstappen aankomen en ging in de tuin staan. Hij hoorde een luide schreeuw en dan een vechtpartij.
Even later kwam er een jonge man uit het huis gelopen, het was niet dezelfde als daarnet het was..... Tommy Logan.
Toen is hij naar binnen gegaan en toen hij zag dat mr. Stevens dood was, is hij naar huis gegaan en heeft de politie gebeld. Dat is niet waar, schreeuwt Tommy. Hij kwam achter mij aan en vroeg geld, als ik dat geld niet zou geven zou hij tegen de politie zeggen dat ik het had gedaan. Ok, zegt Shaw, vertel jij je verhaal dan maar is Tommy. Dan moet Tommy zijn verhaal vertellen. Hij vertelt dat hij strafwerk moest maken voor mr. Stevens. Toen hij dat af had wilde hij het naar mr. Stevens huis gaan brengen. Hij kwam daar aan maar de deur stond open. Toen is hij naar binnen gelopen en zag mr. Stevens op de grond liggen. Op dat moment werd hij wakker en zag Tommy staan. Tommy liet zijn huiswerk zien, maar mr. Stevens zei dat het helemaal niet goed was en gaf hem een klap in zijn gezicht en zei dat hij Tommy wel eens een lesje zou leren. Hij wilde wegrennen maar mr. Stevens was sneller bij de deur en duwde hem weg. Mr. Stevens begon hem op zijn hoofd en lichaam te slaan. Hij was bang dus pakte hij een stoel om mr. Stevens daarmee weg te jagen, maar de stoel brak en hij alleen nog een poot vast. Toen zei mr. Stevens tegen Tommy dat hij moest slaan, maar Tommy deed dat niet. Mr. Stevens werd boos en pakte ook een stoel poot rende toen achter Tommy aan en zei dat hij hem ging vermoorden. Toen Tommy hem zo op zich af zag komen heeft hij mr. Stevens met al zijn krachten geslagen. Die toen op de grond viel en niet meer bewoog. Toen is hij van schrik weggerend. Maar ik meende het niet zo, huilt Tommy zijn verhaal uit.

Hoofdstuk 17. Another Hitch-hiker.
Peter en John lopen het politie bureau uit. Tommy hoeft waarschijnlijk niet in de gevangenis, Bob waarschijnlijk wel, omdat hij geld heeft gevraagd om te zwijgen over een moord. John weet niet wat hij moet, hij wil niet meer naar school. Peter stelt voordat hij ook bij Universal Transport komt werken, om vrachtwagens te repareren. Dat vind John een goed idee. In de vrachtwagen terug naar Bridgwater komen ze een lifter tegen, het is een jongen van ongeveer 16 jaar. Hij is weggelopen en mag met John en Peter mee naar Bridgwater rijden. Peter en John lachen naar elkaar, weer een wegloper maar nu een die zijn oom niet heeft vermoord.





Copyright © 1996-2010 Students Only B.V. Alle rechten voorbehouden. Lees hier onze algemene voorwaarden.