|
Aanvullende informatie m.b.t. dit
leesdossier:
Aantal downloads : 823
Aantal woorden: 914
Ingezonden door: Dick van Lennep Uitgever: Onbekend
Meer leesdossiers van Peter van Gestel op StudentsOnly:
* Mariken * Nachtogen * Winterijs
Samenvatting Samenvatting:
Peter van Gestel heeft met zijn Mariken het oude drama Mariken van Nieumeghen schitterend bewerkt. In zijn adaptie draait hij eigenlijk meermaals de rollen om: zo is, in zijn verhaal, het spel Mariken van Nieumeghen gebaseerd op de lotgevallen van de jonge Mariken, die ouder is dan het aantal vingers aan haar rechterhand, maar jonger is dan het aantal vingers van haar twee handen samen. Een aantal overeenkomsten met de Mariken-legende kan je al op het eerste gezicht opmerken. Het boek is onderverdeeld in hoofdstukken, die elk ingeleid worden met een kort epiblablatje, net zoals in Mariken van Nieumeghen. Onder elk epiblablatje staat één prentje afgebeeld, net zoals in de oude uitgave. Verder is het opvallend hoe het boek, net als het mirakelspel, een mengeling tussen toneel en drama is. Aan de ene kant bestaat het boek uit enorm veel dialoog (zoals bijvoorbeeld het pagina's durende gesprek tussen Mariken en de Gravin), maar aan de andere kant bevat het werk ook flink wat beschrijvingen. Ook wat de verhaallijn betreft zijn er vanzelfsprekend heel wat parallellen. Het oude Mariken van Nieumeghen vertelt over een oude man, een geestelijke, die zorgt voor zijn nichtje, die op een bepaald moment naar de stad gaat om er hetgeen waar ze nood aan hebben te gaan kopen. 's Nachts komt Mariken aan bij haar tante, die haar echter uitkaffert voor heksenjong en gezellin van duivel. Mariken ontmoet dan de Duvel, leert van hem schrijven en lezen en gaat met hem naar de taverne. Ze leeft zeven jaren met hem samen, krijgt dan berouw bij het zien van het schouwspel "Masscheroen" en bidt tot Maria om haar te redden. De Duvel gaat door het lint en laat Mariken van grote hoogte tegen de vlakte donderen, maar gelukkig laadt Maria haar het er ongedeerd van af komen, waarna Marikens oom, die al vaak naar haar gezocht had, haar redt. Mariken kent ongeveer hetzelfde lot. Ze is een wees en ze kan schrijven en lezen. Ze trekt naar de stad, om een nieuwe geit te kopen en komt aan bij de zwarte weeuw, die haar ervan beschuldigt een heksenkind te zijn. Mariken heeft dan ook enkele onmiskenbare heksentrekjes, zoals het feit dat ze kan lezen en schrijven (wat ze volgens zichzelf 'zomaar ineens' kon). Ze kan niet bidden en ze beschikt op haar toch nog bijzonder jonge leeftijd over een erg cynische en kritische mensenkennis, die ze gehaald heeft uit het enige boek dat ze kent en dat voor haar alle kennis is die ze heeft. Ze leert een jongen kennen die er door zijn tante, dezelfde zwarte weeuw, van verdacht wordt zoon van de Duivel te zijn. Mariken ontsnapt en leert de "Duvel" kennen in de persoon van Joachim, een minstreel, die ervan houdt zowel de duivel als Maria te spelen. Ze woont samen met hem bij de wagenspelers, tot ze door de Gravin gevangen gehouden wordt. Op het slot leert ze over de maagd Maria (van wiens bestaan ze daarvoor niet wist) en leert er bidden. Het gevangenschap door de Gravin, die nood heeft aan gezelschap, komt in het oude spel niet voor. Daar is het de Duvel die Mariken in gevangenschap houdt. Er gaat van zowel de Duvel als de Gravin een soort "beschavende" invloed uit. De Duvel leerde Mariken de zeven kunsten, waaronder schrijven, lezen en dichten. Hij zorgde ervoor dat ze nooit iets te kort kwamen en dat ze mooie kleren kon dragen. De Gravin heeft een gelijkaardige invloed op van Mariken: ze wil van haar een net meisje maken, met mooie kleertjes en een goede scholing. Mariken wordt van de Gravin gered: ze vindt dat het allemaal toch maar niets voor haar is. Uiteraard zijn er ook een hoop verschillen tussen de twee verhalen, waarvan er een aantal al naar voor zijn gekomen in de korte samenvatting van het verhaal. Mariken is een jong meisje, een kind nog, geen 18-jarige vrouw. Ze leert een jongen van haar leeftijd kennen. Maar er zijn nog interessantere verschillen op te merken dan die louter op het vlak van het verhaal. Peter van Gestel draait een aantal dingen om, naast het feit dat hij zijn adaptatie presenteert als de voorloper van het mirakelspel. Zo speelt hij bijvoorbeeld met het motief van de vermomming: in het mirakelspel komt de Duivel vermomd als mens bij Mariken om haar te helpen uit haar nood en hij onthult later pas zijn ware aard. In dit verhaal is het een mens, Joachim, die zich als Duvel heeft vermomd en zo, als duivel, Mariken leert kennen. Pas later, in het wagenkamp, ontdekt Mariken dat 'de Duvel' eigenlijk een gewoon mens is. Een aantal van de aanpassingen van het verhaal zijn ook eigen aan het feit dat het een kinderboek is. Het hoofdpersonage is wat meer van dezelfde leeftijd als het lezerspubliek, ze wordt vriendjes met een jongen van haar leeftijd en het door en door christelijke idee dat "als je maar berouw toont, God je zal redden" is niet meer van deze tijd. In de plaats daarvan hoor je in het boek veel scherpe en vaak rake opmerkingen uit Marikens mond, zoals "Waarom heeft God," vroeg mariken, "een kleiner huis dan de Gravin?" (over het kasteel van de Gravin, dat een pak groter is dan de kerk in de stad). De adaptatie van het mirakelspel Mariken van nieumeghen kan je eigenlijk in één treffende zin samenvatten: het is in feite een overgang van het heel geestelijke naar het heel geestige.
|